Info onderzoeken

 

alt

Wannner je je klachten bespreekbaar maakt bij je huisarts of specialist volgen er hoogst waarschijnlijk onderzoeken waardoor een arts een diagnose kan stellen. Hier in dit artikel hebben we geprobeerd om zoveel mogelijk onderzoeken te beschrijven die toegepast worden bij maag-darmstoornissen. Er zullen nog wel onderzoeken zijn die we niet beschrijven maar we hopen in de loop van de tijd deze opsomming nog completer te maken.
Via onderstaande linkjes kun je gericht zoeken naar onderzoeken. 

 

 

 

Onderzoek Slokdarm Maag

Onderzoek Buik Darm

Speciale onderzoeken

Behandelingen

 

 

Radiografische doorlichting

 

Onderzoeken waarbij gebruik gemaakt wordt van doorlichting (röntgen), worden alleen gedaan op afspraak. Wanneer je een afspraak maakt, krijg je een folder mee met daarin beschreven hoe het onderzoek verloopt en welke voorbereidingen je moet treffen. Hieronder wordt een en ander beknopt omschreven. Op het afgesproken tijdstip meldt je je aan de balie van de afdeling radiologie.

 

Belangrijk

Indien je zwanger bent of denkt dit te zijn, dien je dit vóór het onderzoek te melden.

 

Verloop van het onderzoek

Je wordt opgehaald door een radiodiagnostisch laborant(e). Hij/zij legt het onderzoek aan je uit. Tijdens het onderzoek kom je te staan of te liggen op de onderzoekstafel. Tijdens het onderzoek mag er niemand in de kamer aanwezig zijn. Wanneer er tijdens het maken van het onderzoek iemand in de kamer moet blijven om de patiënt bij te staan, moet deze persoon een loodschort aan. Mocht de begeleider zwanger zijn of denken dit te zijn, dan mag zij niet in de kamer blijven staan.

De uitslag

Van de resultaten van het onderzoek maakt de radioloog een verslag. Dit wordt opgestuurd naar de arts die het onderzoek aangevraagd heeft. Dit duurt in het algemeen 2 werkdagen.

 

Wat wordt er zichtbaar gemaakt met doorlichting

BloedvatenBij doorlichting wordt er gebruik gemaakt van röntgenstralen. Naast het maken van een stilstaande foto, kun je ook bewegende röntgenbeelden zien. Bij dit soort onderzoeken wordt er vaak gebruik gemaakt van een contrastmiddel. Dit contrastmiddel zorgt ervoor dat delen van het lichaam die je normaal niet ziet op een foto, zichtbaar worden gemaakt, bijvoorbeeld darmen en bloedvaten. Wordt het contrast toegediend via de bloedvaten, de urinebuis of in bijvoorbeeld een gewricht, dan wordt er gebruik gemaakt van jodiumhoudend contrast. In het verleden werd voor dit onderzoek ook wel gebruik gemaakt van oraal toegediende bariumpap, dit wordt echter niet meer altijd gedaan omdat dit nogal indikt en het dan lastig kan zijn om weer kwijt te raken. 

Wat kun je als patient verwachten van dit onderzoek

Wanneer er voor een bepaald onderzoek een voorbereiding nodig is, kun je deze terugvinden in de betreffende folder welke je voor het onderzoek hebt gekregen. Na het onderzoek kun je alle normale bezigheden hervatten.

 

(Bron: Lievensbergziekenhuis)

                                                   

 

Defaecografie: ONDERZOEK VAN HET LAATSTE GEDEELTE VAN DE DIKKE DARM

Wat is een defaecografie?

Bij een defaecografie worden de vorm en functie van de endeldarm (het laatste gedeelte van de dikke darm) zichtbaar gemaakt.

Een defaecografie is een röntgenonderzoek om eventuele afwijkingen in beeld te brengen om zo een oorzaak voor je klachten te vinden. Op een blanco opname is de darm niet goed te zien. Om de endeldarm zichtbaar te maken op de foto’s, krijgt je een speciale pap te drinken(bariumpap). De foto’s worden gemaakt terwijl je deze bariumpap uitpoept. Het voelt niet prettig om dit onderzoek te moeten ondergaan maar je hoeft je echt niet te schamen voor de arts en laborant! Je lichaam is goed bedekt en de arts en radioloog zitten achter een scherm. Het onderzoek is niet pijnlijk.

Voorbereiding

De voorbereiding is erg verschillend bij de ziekenhuizen die dit onderzoek aanbieden. Je krijgt een folder met instructies die voor jouw ziekenhuis gelden, houd je aan deze instructies!

Een vrouwelijke patiënt wordt verzocht om een speciale vaginale tampon vlak vóór het onderzoek in te brengen. Deze tampon is doordrenkt met barium en zal de arts in staat stellen om eventuele verzakkingen te zien. Ook wordt door de contrast in de vagina duidelijker in beeld gebracht waar de schede zich bevindt. Het is ook mogelijk dat men met een spuitje een kleine hoeveelheid barium in de vagina spuit.

Het onderzoek

Tijdens het röntgenonderzoek brengt de radioloog (arts van de röntgenafdeling) een slangetje rectaal (via de anus) in. Door dit slangetje loopt de bariumpap in de endeldarm (laatste gedeelte van de dikke darm). Dit is doorgaans niet pijnlijk. Nadat de pap is ingelopen, ga je op een speciaal voor dit doel gemaakt toiletstoel zitten. De radioloog vraagt je een aantal keren te persen terwijl er röntgenfoto’s worden gemaakt. Het is ook mogelijk dat je op je hand moet blazen en je bekkenbodem moet aanspannen terwijl er foto’s worden gemaakt Als laatste vraagt de radioloog je dóór te persen zodat de bariumpap weer uit de endeldarm komt (je poept dan dus de bariumpap uit). Ook daar worden dan weer foto's van genomen. Gedurende het onderzoek kijkt de arts met behulp van röntgendoorlichting. Het onderzoek duurt ongeveer 20 minuten. Het kan gebeuren dat er wat barium gemorst wordt, neem daarom een schoon stel ondergoed mee naar het ziekenhuis!

Als je van jezelf weet dat je moeite gaat krijgen om de barium weer kwijt te raken probeer dan het laatste stukje van je dikke darm te spoelen dmv een flesje met lauwwarm water met daaraan een tuutje dat je naar binnen kunt schuiven. Als je in het bezit bent van een spoelpomp, spoel dan ter plekke je darm leeg vóór je naar huis gaat.

Antroduodenale manometrie

 

Drukmeting

In het verteringstelsel vinden met regelmaat samentrekkingen en bewegingen plaats. Door deze samentrekkingen worden voedsel en spijsverterings sappen goed door het spijsverteringskanaal geleid. Soms ontstaan er bij mensen bepaalde klachten of verschijnselen waarbij het nodig is om te onderzoeken of er afwijkingen zijn in deze functies van het verteringstelsel. Dit kan onder andere gedaan worden met een Antroduodenale Manometrie, hierbij worden de spierbewegingen in de maag en twaalfvingerige darm en de werking van de kringspier op de overgang van de maag naar de twaalfvingerige darm (pyloris) gemeten. De katheter die wordt ingebracht heeft een 36-tal electronische druksensoren. Tijdens een samentrekking worden deze druksensoren geactiveerd.

Voorbereiding

Het is van belang dat je vanaf 19.00 de avond voor het onderzoek niet meer eet of drinkt. Vaak is het ook nodig dat je een aantal dagen voor het onderzoek het gebruik van medicijnen stopt. Medicijnen die invloed hebben op de beweging van de maag of darm worden meestal 3 dagen voorafgaand aan het onderzoek gestopt, dit zal echter in overleg met de arts gebeuren.

Het onderzoek

Voor het onderzoek wordt er via je neus een drukkatheter (een dun slangetje van ca 4,8 mm) in je maag gebracht. Tijdens het inbrengen mag je kleine slokjes water drinken zodat het slangetje gemakkelijker naar binnen glijdt. De drukkatheter wordt,  met behulp van röntgenbelichting, doorgeschoven naar de dunne darm. Het inbrengen van de katheter kan even vervelend zijn en soms leiden tot braakneigingen of hoesten. Dit is vaak weer over als de katheter eenmaal op zijn plaatst ligt. Indien het niet goed lukt om de katheter langs de overgang van de maag naar de darm te krijgen, kan het zijn dat je wordt verzocht om een tijdje (ongeveer 15 min) over de gang te gaan lopen zodat de katheter zijn eigen weg zoekt. Vervolgens wordt met röntgen doorlichting bekeken of de katheter op zijn plaats ligt en kan het onderzoek van start gaan.

Je moet op een bed of stoel plaatsnemen, waarna de net ingebrachte katheter aangesloten wordt aan de MMS apparatuur en kan de meting gestart worden. De metingen worden met een computer vastgelegd waarmee je gedurende lange tijd verbonden bent. Ongeveer 15 minuten na het starten van de meting word er een maaltijd aangeboden. Deze maaltijd bestaat b.v uit portie roerei, 2 witte boterhammen, margerine en 150 ml water. Het is in belang van het onderzoek dat je de maaltijd binnen ongeveer 15 min. op eet. Tijdens het onderzoek mag je niets meer eten of drinken.

Reken er op dat het onderzoek in totaal ongeveer 8 uur duurt, je bent aangesloten aan de computer tot 6 uur na inname van de maaltijd.

De uitslag van het onderzoek zul je later, tijdens een afspraak met je behandeld arts, te horen krijgen.

Let wel: de wijze van onderzoek kan per ziekenhuis en/of arts verschillen, houd je daarom altijd aan de door je arts verstrekte informatie.

 

  

Maagontledigings onderzoek

 

Maagontledigings scintigrafie

Een maagontledigings onderzoek vormt een beeld van hoe snel je maag het voedsel dat wordt genuttigd verteert. Dit wordt gedaan door een proefmaaltijd te eten waarin een kleine hoeveelheid radioactieve stof zit verwerkt. Met behulp van een gammacamera kan de afgifte van de maag naar de dunne darm worden gemeten. Een gammacamera werkt met gamma straling, de radioactieve stof geeft signalen af aan de camera en deze worden verwerkt door de camera zodat er op het beeld puntjes ontstaan. Je ziet geen orgaanweefsel zoals op een röntgenfoto. Het onderzoek wordt niet gedaan op de afdeling radiologie maar op de afdeling nucleaire geneeskunde.

Voorbereiding

Voor het onderzoek moet je de avond van te voren vanaf 24.00 uur nuchter blijven, dat betekent dat je niet mag eten, drinken of roken. Soms is het nodig om met medicijnen die de beweeglijkheid van de maag beïnvloeden te stoppen, doe dit in overleg met je arts. Deze weet om welke medicijnen het gaat en of het verantwoord is om er (tijdelijk) mee te stoppen. Als je zwanger bent moet je van tevoren contact opnemen met de afdeling nucleaire geneeskunde om te overleggen.

Het onderzoek

Je mag al je kleding aanhouden tijdens het onderzoek. Het onderzoek duurt vrij lang en het is mogelijk om je eigen muziek mee te nemen, dit kan helpen om de tijd door te komen, geef je cd voor het onderzoek af. Je neemt plaats op een comfortabele stoel en de gammacamera wordt tegen je buik geplaatst. Als de camera op de goede plek zit mag je niet meer bewegen omdat de opnamen vrijwel direct beginnen.

Je krijgt een proefmaaltijd te eten of in sommige gevallen te drinken in de vorm van pap. De proefmaaltijd is afhankelijk van het ziekenhuis maar bestaat meestal uit een pannenkoek of een boterham met ei, door deze proefmaaltijd zit een kleine hoeveelheid radioactieve stof. Omdat de camera zo dicht tegen je buik aan zit, word je geholpen met het eten van de maaltijd. Als je voelt dat je misselijk wordt, geef dit dan op tijd aan, het onderzoek is namelijk minder bruikbaar als je een deel van de maaltijd weer uitbraakt. De maaltijd moet binnen een bepaalde tijd op zijn. Daarna moet je een uur lang heel stil blijven zitten, de gammacamera zal elke minuut een opname maken. Na een uur is het onderzoek voorbij en wordt de camera bij je buik vandaan gehaald.

Na het onderzoek

In principe mag je na het onderzoek weer gewoon alles eten en drinken en mag je je medicijnen weer gebruiken.

13C-octaanzuur ademtest

Een andere methode om de maagontledigingssnelheid te meten is de 13c-octaanzuur ademtest. Voor dit onderzoek gelden dezelfde voorbereidingen en wordt er hetzelfde gemeten als bij de scintigrafie. Er wordt echter bij deze vorm van onderzoek geen gebruik gemaakt van radioactiviteit en gammastraling. In plaats daarvan moet je een maaltijd eten, waaraan een klein beetje octaanzuur is toegevoegd. Dit zuur wordt in de dunne darm verwerkt en wordt daarna verder in het lichaam opgenomen, hierbij komt er een gas vrij in de longen dat je uitademt. Door ieder kwartier in een rietje te blazen, kan de arts berekenen hoe snel de maag erover doet om de maaltijd te verwerken. Dit onderzoek duurt wel langer dan de scintigrafie, namelijk 4 uur.

Welke methode van onderzoek bij jou gebruikt zal worden, is afhankelijk van je arts en hangt ook af van het feit of je ziekenhuis beschikt over voldoende capaciteit op de nucleaire afdeling.

De uitslag zal door de arts met je besproken worden.

 

 

Manometrie
(drukmeting) slokdarm

 

De manometrie van de slokdarm wordt uitgevoerd om een indruk te kriijgen van de spierbewegingen in de slokdarm en de werking van de kringspieren op de overgang van keel naar slokdarm en slokdarm naar maag. Dit onderzoek wordt door je arts aangevraagd om te kijken of je klachten misschien komen door een slecht werkende slokdarm. Met behulp van een katheter kunnen drukken worden bepaald in de slokdarm en beide kringspiertjes. De katheter bevat een aantal openingen waar onder continue druk en met een continue snelheid water doorheen loopt. Tijdens een samentrekking worden deze openingen door de slokdarm dichtgedrukt. Hierdoor ontstaat een afname van de vloeistofstroom, met stijging van de druk tot gevolg, deze drukverandering wordt geregistreerd.

Voorbereiding

Ter voorbereiding op het onderzoek moet je nuchter zijn, dit betekent dat je de avond voor het onderzoek vanaf 19.00 uur niets meer mag eten en drinken. Is het onderzoek na 12.00 uur 's middags, dan mag je vaak wel een beschuitje eten en wat water of thee zonder suiker drinken. Overleg dit met je arts of lees de informatiebrochure die je vanuit het ziekenhuis krijgt. Ieder ziekenhuis heeft hiervoor namelijk haar eigen beleid. Medicijnen die de peralstatiek van de slokdarm beïnvloeden, worden 3 dagen voorafgaand aan het onderzoek gestopt. Welke medicijnen dit zijn, moet met de arts worden overlegd.

Het onderzoek zelf

Je neemt plaats in een gemakkelijke stoel of op een bed dat met het hoofdeinde overeind staat. Bij het onderzoek wordt er een sonde, met om de paar centimeter een sensor, door je neusgat geschoven. Op deze sensor zitten 4 meetpunten, de katheter wordt zover doorgeschoven tot de meetpunten in de maag liggen. Als de sonde op zijn plaats ligt mag je op een bed plaats nemen en kunnen alle meetdraadjes worden aangesloten. De sonde staat via de draadjes in verbinding met een computer. Het inbrengen van de sonde kan een erg vervelend gevoel geven, sommige artsen verdoven de neus van te voren met een neusspray, het inbrengen wordt dan makkelijker.

Als de sonde door het keelgat geschoven wordt kan het zijn dat je kokhals neigingen krijgt, schaam je hier niet voor, dit is heel normaal. Wat kan helpen is aan lekkere dingen denken en je kin op je borst duwen, dit maakt het doorslikken makkelijker. Vaak is er bij het onderzoek ook een verpleegkundige aanwezig die je op het juiste moment aanwijzingen geeft om het zo aangenaam mogelijk te maken. Tijdens het inbrengen mag je kleine slokjes water drinken om te zorgen dat de slang gemakkelijker glijdt. Als de sonde op zijn plaats zit, begint het daadwerkelijke onderzoek. Er zal 10 keer worden gevraagd om een slokje water te nemen waarbij de sonde in stapjes van 1 cm wordt teruggetrokken. Ondertussen wordt de onderste slokdarm kringspierdruk en de peralstaltische golven in de slokdarm  gemeten. Dit net zolang tot de laatste sensor de kringspier tussen de slokdarm en keel passeert, je word opnieuw gevraagd wat water door te slikken terwijl de sonde uit de neus wordt gehaald. Het onderzoek is nu voorbij, in totaal  duurt het ongeveer 45 minuten.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je alles weer gewoon eten en drinken. Als je neus verdoofd is kan dit een raar gevoel geven en soms kan ook de bovenlip een beetje verdoofd aanvoelen maar dit gaat vanzelf over.

 

Info onderzoeken

 

alt

In dit artikel hebben we geprobeerd om zoveel mogelijk onderzoeken te beschrijven die toegepast worden bij maag-darmstoornissen. Er zullen nog wel onderzoeken zijn die we niet beschrijven maar we hopen in de loop van de tijd deze opsomming nog completer te maken.


In dit deel lees je over de onderzoeken die te maken hebben met de slokdarm en de maag.


Antroduodenale manometrie

Drukmeting

In het verteringstelsel vinden met regelmaat samentrekkingen en bewegingen plaats. Door deze samentrekkingen worden voedsel en spijsverterings sappen goed door het spijsverteringskanaal geleid. Soms ontstaan er bij mensen bepaalde klachten of verschijnselen waarbij het nodig is om te onderzoeken of er afwijkingen zijn in deze functies van het verteringstelsel. Dit kan onder andere gedaan worden met een Antroduodenale Manometrie, hierbij worden de spierbewegingen in de maag en twaalfvingerige darm en de werking van de kringspier op de overgang van de maag naar de twaalfvingerige darm (pyloris) gemeten. De katheter die wordt ingebracht heeft een 36-tal electronische druksensoren. Tijdens een samentrekking worden deze druksensoren geactiveerd.

Voorbereiding

Het is van belang dat je vanaf 19.00 de avond voor het onderzoek niet meer eet of drinkt. Vaak is het ook nodig dat je een aantal dagen voor het onderzoek het gebruik van medicijnen stopt. Medicijnen die invloed hebben op de beweging van de maag of darm worden meestal 3 dagen voorafgaand aan het onderzoek gestopt, dit zal echter in overleg met de arts gebeuren.

Het onderzoek

Voor het onderzoek wordt er via je neus een drukkatheter (een dun slangetje van ca 4,8 mm) in je maag gebracht. Tijdens het inbrengen mag je kleine slokjes water drinken zodat het slangetje gemakkelijker naar binnen glijdt. De drukkatheter wordt,  met behulp van röntgenbelichting, doorgeschoven naar de dunne darm. Het inbrengen van de katheter kan even vervelend zijn en soms leiden tot braakneigingen of hoesten. Dit is vaak weer over als de katheter eenmaal op zijn plaatst ligt. Indien het niet goed lukt om de katheter langs de overgang van de maag naar de darm te krijgen, kan het zijn dat je wordt verzocht om een tijdje (ongeveer 15 min) over de gang te gaan lopen zodat de katheter zijn eigen weg zoekt. Vervolgens wordt met röntgen doorlichting bekeken of de katheter op zijn plaats ligt en kan het onderzoek van start gaan.

Je moet op een bed of stoel plaatsnemen, waarna de net ingebrachte katheter aangesloten wordt aan de MMS apparatuur en kan de meting gestart worden. De metingen worden met een computer vastgelegd waarmee je gedurende lange tijd verbonden bent. Ongeveer 15 minuten na het starten van de meting word er een maaltijd aangeboden. Deze maaltijd bestaat b.v uit portie roerei, 2 witte boterhammen, margerine en 150 ml water. Het is in belang van het onderzoek dat je de maaltijd binnen ongeveer 15 min. op eet. Tijdens het onderzoek mag je niets meer eten of drinken.

Reken er op dat het onderzoek in totaal ongeveer 8 uur duurt, je bent aangesloten aan de computer tot 6 uur na inname van de maaltijd.

De uitslag van het onderzoek zul je later, tijdens een afspraak met je behandeld arts, te horen krijgen.

Let wel: de wijze van onderzoek kan per ziekenhuis en/of arts verschillen, houd je daarom altijd aan de door je arts verstrekte informatie.

 


Gastroscopie


In opdracht van je arts zal er een gastroscopie worden uitgevoerd, dit is een kijkonderzoek van de maag, slokdarm en het eerste stuk van de dunne darm, de twaalfvingerige darm. Het onderzoek gebeurt met een flexibele slang met aan het einde een camera, hierdoor kan de arts de maag goed bekijken op eventuele afwijkingen. Ook kan hij biopten (weefsel voor microscopisch onderzoek) nemen voor verder onderzoek, een aantal ziektes kan hierdoor worden uitgesloten of bevestigd.

Voorbereiding

Het kan per ziekenhuis verschillen hoe de voorbereiding verloopt. Vraag aan je arts welke voorbereiding bij jouw eigen ziekenhuis nodig is. Over het algemeen komt het erop neer dat je de avond voor het onderzoek vanaf 24.00 uur nuchter moet zijn, dus vanaf dat tijdstip mag je niets meer eten en drinken. Als het onderzoek na 12.00 uur 's middags plaatsvindt, mag je soms nog een beschuitje en een heldere drank gebruiken. Soms is het nodig om een paar dagen voor het onderzoek te stoppen met je medicijnen, vraag dit na bij je arts.

Het onderzoek

Het is niet standaard dat bij een gastroscopie een roesje wordt aangeboden, als je heel angstig bent dan kun je er van te voren om vragen. Doe dit niet op de dag van het onderzoek, maar bij het maken van de afspraak. Er moet namelijk een tijdelijk opnamebed voor je geregeld worden om het roesje uit te slapen. Het onderzoek duurt hooguit 10 minuten dus je moet zelf de overweging maken of je wel of geen roesje wilt. Zonder roesje kun je direct naar huis. Een roesje houdt in dat je een kalmerend middel toegediend krijgt, meestal wordt hier dormicum voor gebruikt. Dit zorgt ervoor dat je wel aanwijzingen van de arts kunt opvolgen, maar je achteraf niets meer herinnert van het onderzoek. Je mag na het onderzoek niet zelfstandig aan het verkeer deelnemen, je moet dus van te voren iemand geregeld hebben om je naar huis te brengen. Je krijgt het roesje via een infuusnaald toegediend, het prikken van die naald is niet pijnloos maar je voelt slechts een kort prikje. 

In de onderzoek kamer krijg je een drankje (dit heeft geen bijzondere smaak) om het schuimen van de maag tegen te gaan. De maag reageert op een vreemd voorwerp door te gaan schuimen en daardoor kan de arts de maagwand minder goed bekijken. Je krijgt een bitje in je mond om je gebit en de scoop te beschermen als je per ongeluk bijt, soms wordt ook je keel verdoofd. Daarna moet je op je linkerzij gaan liggen. De arts schuift de scoop in je mond en er wordt je gevraagd om deze door te slikken, dit kan kokhalzen veroorzaken. Schaam je hier niet voor, de arts en verpleegkundigen zijn het gewend. Probeer rustig door te blijven ademen door je neus, dit is niet altijd even gemakkelijk omdat je neus door het kokhalzen vol kan komen te zitten. De verpleegkundige zal zoveel mogelijk proberen je speeksel weg te zuigen. De arts bekijkt de slokdarm, de maag en het eerste stukje van de dunne darm, hij kan dit op een scherm zien. Soms neemt hij via de scoop een paar biopten. Als hij alles heeft bekeken trekt hij de scoop weer terug en is het onderzoek voorbij.

Na het onderzoek

Als je een roesje hebt gehad mag je ongeveer 2 uur uitslapen op de dagbehandeling of short-stay, heb je geen roesje gehad mag je direct naar huis. Zijn er biopten genomen dan kan het zijn dat je kleine beetjes bloed opbraakt, dit is normaal. Mochten het grote hoeveelheden zijn moet je zo snel mogelijk contact opnemen met je arts of anders de eerste hulp. In principe mag je alles weer eten en drinken en ook mag je alle medicijnen weer gebruiken.

Van je arts krijg je de uitslag bij je eerstvolgende afspraak.


 Maagontlediging onderzoek

Maagontledigings scintigrafie

Een maagontledigings onderzoek vormt een beeld van hoe snel je maag het voedsel dat wordt genuttigd verteert. Dit wordt gedaan door een proefmaaltijd te eten waarin een kleine hoeveelheid radioactieve stof zit verwerkt. Met behulp van een gammacamera kan de afgifte van de maag naar de dunne darm worden gemeten. Een gammacamera werkt met gamma straling, de radioactieve stof geeft signalen af aan de camera en deze worden verwerkt door de camera zodat er op het beeld puntjes ontstaan. Je ziet geen orgaanweefsel zoals op een röntgenfoto. Het onderzoek wordt niet gedaan op de afdeling radiologie maar op de afdeling nucleaire geneeskunde.

Voorbereiding

Voor het onderzoek moet je de avond van te voren vanaf 24.00 uur nuchter blijven, dat betekent dat je niet mag eten, drinken of roken. Soms is het nodig om met medicijnen die de beweeglijkheid van de maag beïnvloeden te stoppen, doe dit in overleg met je arts. Deze weet om welke medicijnen het gaat en of het verantwoord is om er (tijdelijk) mee te stoppen. Als je zwanger bent moet je van tevoren contact opnemen met de afdeling nucleaire geneeskunde om te overleggen.

Het onderzoek

Je mag al je kleding aanhouden tijdens het onderzoek. Het onderzoek duurt vrij lang en het is mogelijk om je eigen muziek mee te nemen, dit kan helpen om de tijd door te komen, geef je cd voor het onderzoek af. Je neemt plaats op een comfortabele stoel en de gammacamera wordt tegen je buik geplaatst. Als de camera op de goede plek zit mag je niet meer bewegen omdat de opnamen vrijwel direct beginnen.

Je krijgt een proefmaaltijd te eten of in sommige gevallen te drinken in de vorm van pap. De proefmaaltijd is afhankelijk van het ziekenhuis maar bestaat meestal uit een pannenkoek of een boterham met ei, door deze proefmaaltijd zit een kleine hoeveelheid radioactieve stof. Omdat de camera zo dicht tegen je buik aan zit, word je geholpen met het eten van de maaltijd. Als je voelt dat je misselijk wordt, geef dit dan op tijd aan, het onderzoek is namelijk minder bruikbaar als je een deel van de maaltijd weer uitbraakt. De maaltijd moet binnen een bepaalde tijd op zijn. Daarna moet je een uur lang heel stil blijven zitten, de gammacamera zal elke minuut een opname maken. Na een uur is het onderzoek voorbij en wordt de camera bij je buik vandaan gehaald.

Na het onderzoek

In principe mag je na het onderzoek weer gewoon alles eten en drinken en mag je je medicijnen weer gebruiken.

13C-octaanzuur ademtest

Een andere methode om de maagontledigingssnelheid te meten is de 13c-octaanzuur ademtest. Voor dit onderzoek gelden dezelfde voorbereidingen en wordt er hetzelfde gemeten als bij de scintigrafie. Er wordt echter bij deze vorm van onderzoek geen gebruik gemaakt van radioactiviteit en gammastraling. In plaats daarvan moet je een maaltijd eten, waaraan een klein beetje octaanzuur is toegevoegd. Dit zuur wordt in de dunne darm verwerkt en wordt daarna verder in het lichaam opgenomen, hierbij komt er een gas vrij in de longen dat je uitademt. Door ieder kwartier in een rietje te blazen, kan de arts berekenen hoe snel de maag erover doet om de maaltijd te verwerken. Dit onderzoek duurt wel langer dan de scintigrafie, namelijk 4 uur.

Welke methode van onderzoek bij jou gebruikt zal worden, is afhankelijk van je arts en hangt ook af van het feit of je ziekenhuis beschikt over voldoende capaciteit op de nucleaire afdeling.

De uitslag zal door de arts met je besproken worden.


Manometrie(drukmeting)slokdarm

De manometrie van de slokdarm wordt uitgevoerd om een indruk te kriijgen van de spierbewegingen in de slokdarm en de werking van de kringspieren op de overgang van keel naar slokdarm en slokdarm naar maag. Dit onderzoek wordt door je arts aangevraagd om te kijken of je klachten misschien komen door een slecht werkende slokdarm. Met behulp van een katheter kunnen drukken worden bepaald in de slokdarm en beide kringspiertjes. De katheter bevat een aantal openingen waar onder continue druk en met een continue snelheid water doorheen loopt. Tijdens een samentrekking worden deze openingen door de slokdarm dichtgedrukt. Hierdoor ontstaat een afname van de vloeistofstroom, met stijging van de druk tot gevolg, deze drukverandering wordt geregistreerd.

Voorbereiding

Ter voorbereiding op het onderzoek moet je nuchter zijn, dit betekent dat je de avond voor het onderzoek vanaf 19.00 uur niets meer mag eten en drinken. Is het onderzoek na 12.00 uur 's middags, dan mag je vaak wel een beschuitje eten en wat water of thee zonder suiker drinken. Overleg dit met je arts of lees de informatiebrochure die je vanuit het ziekenhuis krijgt. Ieder ziekenhuis heeft hiervoor namelijk haar eigen beleid. Medicijnen die de peralstatiek van de slokdarm beïnvloeden, worden 3 dagen voorafgaand aan het onderzoek gestopt. Welke medicijnen dit zijn, moet met de arts worden overlegd.

Het onderzoek zelf

Je neemt plaats in een gemakkelijke stoel of op een bed dat met het hoofdeinde overeind staat. Bij het onderzoek wordt er een sonde, met om de paar centimeter een sensor, door je neusgat geschoven. Op deze sensor zitten 4 meetpunten, de katheter wordt zover doorgeschoven tot de meetpunten in de maag liggen. Als de sonde op zijn plaats ligt mag je op een bed plaats nemen en kunnen alle meetdraadjes worden aangesloten. De sonde staat via de draadjes in verbinding met een computer. Het inbrengen van de sonde kan een erg vervelend gevoel geven, sommige artsen verdoven de neus van te voren met een neusspray, het inbrengen wordt dan makkelijker.

Als de sonde door het keelgat geschoven wordt kan het zijn dat je kokhals neigingen krijgt, schaam je hier niet voor, dit is heel normaal. Wat kan helpen is aan lekkere dingen denken en je kin op je borst duwen, dit maakt het doorslikken makkelijker. Vaak is er bij het onderzoek ook een verpleegkundige aanwezig die je op het juiste moment aanwijzingen geeft om het zo aangenaam mogelijk te maken. Tijdens het inbrengen mag je kleine slokjes water drinken om te zorgen dat de slang gemakkelijker glijdt. Als de sonde op zijn plaats zit, begint het daadwerkelijke onderzoek. Er zal 10 keer worden gevraagd om een slokje water te nemen waarbij de sonde in stapjes van 1 cm wordt teruggetrokken. Ondertussen wordt de onderste slokdarm kringspierdruk en de peralstaltische golven in de slokdarm  gemeten. Dit net zolang tot de laatste sensor de kringspier tussen de slokdarm en keel passeert, je word opnieuw gevraagd wat water door te slikken terwijl de sonde uit de neus wordt gehaald. Het onderzoek is nu voorbij, in totaal  duurt het ongeveer 45 minuten.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je alles weer gewoon eten en drinken. Als je neus verdoofd is kan dit een raar gevoel geven en soms kan ook de bovenlip een beetje verdoofd aanvoelen maar dit gaat vanzelf over.


Tonometrie

Een inspannings-tonometrie meet de hoeveelheid bloed toevoer en de werking van de maag en dunne darm tijdens inspanning. Vaak wordt aansluitend aan de inspannings-tonometrie, de 24-uurs tonometrie gedaan. Daarom zullen we hier de onderzoeken onder elkaar zetten.

Inspannings tonometrie

Tijdens een fiets test wordt, door middel van 2 slangetjes door je neus, het koolzuurgehalte gemeten in je maag, dunne darm en het bloed. Op deze manier kan worden gekeken of je klachten worden veroorzaakt door onvoldoende doorbloeding in dat gebied. Voor, tijdens en na het onderzoek zullen de waarden van het koolzuur worden geregistreerd.

Voorbereiding

De avond voor het onderzoek moet je vanaf 24.00 uur nuchter zijn, dit betekent dat je niets mag eten of drinken. Soms is het nodig om met bepaalde medicijnen te stoppen voor het onderzoek, welke dit zijn en of dit voor jou geldt hoor je van je behandelende arts. Verder is het goed om lekker zittende kleding aan te trekken omdat je een lichamelijke inspanning moet leveren. Als aansluitend daaraan de 24-uurs tonometrie wordt gedaan, moet je ook alles meenemen voor de nacht, je persoonlijke verzorging en iets om de tijd mee te vullen.

Het onderzoek zelf

Je krijgt op de röntgenafdeling twee slangetjes door je neus geschoven. Deze worden onder röntgen doorlichting doorgeschoven naar de dunne darm, dit kan vervelend aanvoelen. Soms kan het gebeuren dat je moet kokhalzen, schaam je hier niet voor, het is heel normaal en de arts en verpleegkundigen zijn het gewend. Soms wordt je neus van te voren verdoofd met een spray, dit maakt het inbrengen makkelijker. Zorg ervoor dat je tijdens het inspuiten van de spray niet in ademt omdat dit wat problemen kan opleveren met je ademhaling!

Als de slangetjes op hun plaats zitten, krijg je nog een infuusnaald ingebracht. Hierdoor krijg je, om de betrouwbaarheid van het onderzoek te vergroten, een maagzuurremmend middel gespoten. Ten behoeve van het onderzoek krijg je voor, tijdens en na de inspanning een vingerprik, hiermee kan het koolzuur gehalte gemeten worden. Tijdens dit prikken zit je op een comfortabele stoel. Na de eerste vingerprik krijg je plakkers op je borst geplakt die je hartslag meten tijdens de inspanning en moet je plaatsnemen op een speciale home trainer. Op deze fiets moet je 10 minuten hard fietsen, daarna mag je weer plaatsnemen op de comfortabele stoel en wordt je koolzuurgehalte gedurende 20 minuten gemeten. Hierna is de inspannings tonometrie klaar.

24-uurs tonometrie

Hierbij ga je naar de verpleegafdeling waar de slangetjes aangesloten worden op meetapparatuur. De 24-uurs tonometrie meet de koolzuurgas waarde in het bloed tijdens het eten, drinken en rusten. Op de afdeling worden de slangetjes uit je neus aangesloten op de meetapparatuur en daarna blijf je 24 uur op deze afdeling. Elke keer als je iets eet, drinkt of rust moet je dit bijhouden in een dagboek. De tijden die je opschrijft moeten gelijk zijn aan de tijden die op de meetapparatuur staan vermeld. Dit maakt het voor de arts makkelijker om de tijden te vergelijken. Na 24 uur worden de slangetjes uit je neus verwijderd en de meetapparatuur gestopt, daarna mag je naar huis.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je weer gewoon eten en drinken en ook mag je alle medicijnen weer gebruiken. De uitslag krijg je te horen tijdens de eerstvolgende afspraak met je arts.


24-uurs Ph-meting

Je arts heeft voorgesteld om een 24-uurs ph-meting van je maag en slokdarm uit te voeren. Bij dit onderzoek wordt gekeken hoe vaak en hoe lang het maagzuur vanuit de maag terug de slokdarm instroomt. Dit terugstromen van maagzuur wordt reflux genoemd en kan ervoor zorgen dat je slokdarm ontstoken raakt (oesophagitis) en dat kan erg pijnlijk zijn. Ook kan het ervoor zorgen dat je last hebt van een brandend gevoel in je slokdarm en pijn hebt bij het borstbeen. Dit kan allemaal een oorzaak zijn van het terugstromen van het maagzuur. Soms komen de klachten doordat de kringspier van de slokdarm niet goed werkt, daarom wordt een 24-uurs ph meting vaak tegelijk aangevraagd met een manometrie van de slokdarm. Op die manier krijgt de arts een compleet beeld van de werking van deze kringspier.

Voorbereiding

Vaak is het nodig om een paar dagen voor het onderzoek te stoppen met maagzuurremmers. Of dit voor jou ook het geval is moet je met je arts overleggen. voor iedereen is de situatie natuurlijk anders. Sommige ziekenhuizen willen dat je nuchter naar het onderzoek komt, dit betekent dat je de avond voor het onderzoek vanaf 24.00 uur niets meer eet of drinkt. Vaak mag je de ochtend van het onderzoek nog een licht ontbijt gebruiken in de vorm van 2 beschuiten en een kopje thee. Indien het onderzoek 's middags plaats vindt mag je nog tot 10.00 uur drinken.Lees de instructies van je eigen ziekenhuis door. 

Het onderzoek zelf

Je moet plaatsnemen in een comfortabele stoel of een bed met het hoofdeinde omhoog. Sommige ziekenhuizen zullen je neus van te voren verdoven met een neusspray, dit maakt het inbrengen van de sonde wat makkelijker. Als de verdoving is ingewerkt brengt de arts of verpleegkundige een sonde in met onderaan een elektrode, deze slang komt 5 centimeter boven de maagingang te liggen. De sonde is aan het andere uiteinde verbonden met een klein kastje ter grootte van een pakje sigaretten. Het inbrengen van de sonde kan vervelend zijn, je kunt tranende ogen krijgen. Als de sonde in de keel belandt, mag je wat water drinken zodat de slang gemakkelijk naar binnen glijdt. Het kan gebeuren dat je kokhals neigingen krijgt. schaam je niet hiervoor, dit is heel normaal en de arts of verpleegkundige zal het dagelijks meemaken. Soms helpt het om aan lekkere dingen te denken als de sonde in de keel zit, hij gaat dan makkelijker naar binnen.  Als de sonde op zijn plaats zit, wordt deze met een pleister op de neus vastgeplakt.De zuurmeting wordt vaak voorafgegaan door een kortdurende drukmeting van de slokdarm (manometrie) om de plaats te bepalen waar de zuurmeter in de slokdarm komt te liggen.

Het kastje waar de sonde aan vast zit zal worden geactiveerd en je kunt naar huis, je kunt het kastje aan een schouderband of aan je riem dragen. De bedoeling is dat je een zo normaal mogelijke dag hebt en ook normaal eet en drinkt, je moet dit wel allemaal registreren. Op het kastje zitten een aantal knoppen. De bedoeling is dat je op die knoppen drukt als je klachten hebt, zoals braken en opboeren, wanneer je hoest, pijn hebt, last van zuurbranden of gaat eten / drinken, je medicijnen neemt en gaat slapen. Je activiteiten zullen dan worden geregistreerd. De meeste ziekenhuizen geven ook een papieren dagboek mee om bij te houden, daarin schrijf je eigenlijk op wat je in het kastje invoert. Dit is voor de schaduwboekhouding, het kan namelijk voor komen dat de knoppen die op het kastje zitten, het niet doen. Dan is er altijd nog de papieren versie. Als er 24 uur om zijn mag je naar het ziekenhuis om de sonde te laten verwijderen, dit doet geen pijn en geeft weinig klachten. Het kastje wordt uitgelezen en je krijgt de uitslag via de arts.

Na het onderzoek

Soms kun je nog een paar dagen last hebben van een geïrriteerde neus en keel, dit gaat vanzelf weer over.

 

 

PP (Pancreas Polypeptide) test

Deze test is bedoeld om te kijken of er schade is aan de nervus vagus. De nervus vagus is de 10e hersenzenuw die een groot deel van de ingewanden aanstuurt. Hij zorgt er bijvoorbeeld voor dat de maaguitgang kort na het eten open gaat, hij heeft invloed op de werking van maag, darmen en de alvleesklier/pancreas. De nervus vagus loopt vlak achter de slokdarm en de maag.

Soms kan bij een operatie in dit gebied (hoog in de maag, laag in de slokdarm of de overgang van slokdarm naar maag) de nervus vagus beschadigen. Dat kan (zelden) ook spontaan gebeuren. Het is belangrijk bij een verandering van de maagwerking (vertraagd/versneld) te controleren of deze zenuw goed functioneert.

Pancreas Polypeptide is een hormoon dat bij de mens uitsluitend in de pancreas wordt geproduceerd en na het nuttigen van een maaltijd in het bloed vrij komt. Bij een verstoorde functie van de nervus vagus treedt er GEEN stijging van het PP gehalte op.

Voorbereiding:

De dag van het onderzoek moet je nuchter naar de afdeling komen, dat betekent dat je de avond voorafgaande aan het onderzoek vanaf 22.00 uur niets meer mag eten of drinken (als je suikerziekte hebt moet je dit VOOR het onderzoek melden).

Bij de PP-test wordt er een infuus ingebracht waardoor een kleine hoeveelheid insuline wordt toegediend. Voor de test wordt eerst je gewicht bepaald omdat afhankelijk hiervan de hoogte van de insuline gift wordt berekend. De insuline zorgt ervoor dat je een lage bloedsuiker waarde (hypoglycemie) krijgt. Bij een hypoglycemie is het mogelijk dat er klachten optreden zoals duizeligheid, wazig zien, slaperig worden en transpireren. Tijdens de periode dat je een lage bloedsuiker hebt is er constant een verpleegkundige aanwezig en word je nauwkeurig geobserveerd.

Het veroorzaken van een lage bloedsuiker is nodig om de nervus vagus te activeren. Het lichaam wil de bloedsuiker omhoog hebben en gaat allerhande stofjes maken om dat te doen (voorbeelden van deze stofjes zijn: adrenaline, cortisol, enz). Een van de tegenmaatregelen van het lichaam om de bloedsuiker weer omhoog te krijgen is het snel vrijmaken van Pancreas Polypeptide uit de alvleesklier.

Tijdens het onderzoek wordt bloed afgenomen op vastgestelde tijdstippen, namelijk 1 keer 10 min. vóór toediening van de insuline en vervolgens elke 10 minuten. Dit wordt gedaan totdat er 1,5 uur na de aanvang van het onderzoek voorbij zijn. Ongeveer 40 á 50 minuten na het inspuiten van de insuline stijgt de bloedsuiker weer. Na 1,5 uur krijg je een kleine broodmaaltijd bestaand uit 1 witte boterham, 5 gram margarine, 45 gram kaas, 1 gekookt ei, 150 ml melk, koffie of thee zonder suiker. Als alternatief voor de maaltijd kan 400 ml drinkvoeding gegeven worden.

Na de maaltijd voel je je een stuk beter, er wordt nu nog gedurende 1 uur om de 15 min. bloed afgenomen. Het kan zijn dat je na het onderzoek wat licht in je hoofd bent of erg vermoeid, daarom is het verstandig om vooraf al vervoer naar huis te regelen. Het onderzoek duurt in totaal ongeveer 3 uur.

De uitslag van deze metingen kent twee mogelijkheden:

1. De bloedsuiker wordt laag en PP stijgt: de nervus vagus is goed;
2. De bloedsuiker wordt laag en PP stijgt niet of niet voldoende: de nervus vagus kan beschadigd zijn.

Om te controleren of de PP wel of niet (voldoende) werkt, moet het bloed veel bewerkingen doorlopen en zal het een paar maanden duren voordat je de uitslag van het onderzoek krijgt.

 

Xylosetest

Xylose is een suiker dat in bepaalde vezelrijke voedingsmiddelen zit, het wordt door de dunne darm opgenomen in het lichaam en uitgescheiden in de urine. Bij een Xylosetest wordt gekeken, hoeveel Xylose er terug gevonden wordt in de urine en aan de hand daarvan kan men bepalen hoe de opname (absorptie) van de dunne darm is. Een verlaagde opname van Xylose kan wijzen op bepaalde darm aandoeningen.

Voorbereidingen voor de Xylosetest

De avond voor het onderzoek moet je na 21.00 uur nuchter blijven. Voordat je naar bed gaat los je de Xylosepoeder, die je gekregen hebt, op in een glas met 200 ml water. Het beste kun je het glas met de opgeloste Xylosepoeder naast je bed zetten, samen met een extra glas water (200ml). Zet de wekker om 03.00 uur 's nachts, je gaat dan eerst naar de wc om te plassen, deze urine mag je gewoon doorspoelen. Daarna drink je het glas met het opgeloste Xylosepoeder en het glas water allebei leeg. Vanaf dat moment moet je tot 08.00 uur 's ochtends alle urine verzamelen in een bokaal. Om 08.00 uur ga je nog een keer naar de wc en maak je de blaas leeg. Deze urine gaat ook nog in de bokaal.

Na deze handelingen

De bokalen met urine breng je naar de poli/plek, die door het ziekenhuis is aangegeven. Let op: Het bovenstaande kan per ziekenhuis/arts verschillen.

Dumping provocatietest

 

Deze test wordt uitgevoerd om vast te stellen of er bij jou een zeer snelle passage van de maaltijd door het spijsverteringskanaal plaats vindt dat veroorzaakt wordt door het dumping syndroom.

Als het vermoeden bestaat dat je het dumping syndroom hebt, zal deze test plaats vinden waarbij men door middel van allerlei metingen, berekeningen kan maken om zo de definitieve diagnose te stellen. Om vast te kunnen stellen wat er in je lichaam gebeurt, word je tijdens het hele onderzoek aangesloten op allerlei apparatuur zoals een bloeddrukmeter die tevens je hartslag registreert. Naast een aantal typische klachten zal er bij dumping ook een versnelling van de polsslag optreden die dan geregistreerd wordt. Bij dumping worden ook de suiker spiegels in het bloed verstoord, omdat de suikers te weinig worden opgenomen door het lichaam. Dit laatste kan worden gemeten door het waterstofgehalte in de uitademingslucht te bepalen.(H2-ademanalyse apparaat)

Voorbereidingen

Voor dit onderzoek is het belangrijk dat je nuchter bent. De avond voor het onderzoek moet je een licht verteerbare maaltijd gebruiken met bijv. wit brood, witte rijst, kip, kaas, bloemkool, appelmoes, eieren, visfilet of magere vleeswaren. De dag voorafgaand aan het onderzoek zijn melk of melk producten en vers fruit of vruchtensappen met vruchtvlees niet toegestaan. Je mag de dag voor het onderzoek ook geen sondevoeding aansluiten of je moet dit op een nader te bepalen tijdstip afsluiten! Als je medicijnen gebruikt kan het nodig zijn deze tijdelijk te stoppen, je krijgt hiervoor instructies van je behandelend arts of  van de arts van de functie afdeling. Alle geneesmiddelen die gebruikt worden om het maagzuur te remmen en/of de peralstatiek te beïnvloeden, moeten 3 dagen voorafgaand aan het onderzoek worden gestopt. Als je een gebitsprothese draagt mag deze uitsluitend met tandpasta worden gereinigd. De uitslag van de test kan beïnvloed worden door het gebruik van antibiotica , in de weken voorafgaand aan het onderzoek mag geen antibiotica gebruikt worden ! Wanneer je antibiotica moet gebruiken meldt dit dan duidelijk aan je behandelend arts.

Hoe gaat het onderzoek in zijn werk?

Als je op de afdeling aankomt ben je dus nuchter vanaf de vorige dag. Meestal wordt er voor de bloedafname een infuus geprikt maar het kan ook gebeuren dat het niet mogelijk is om bij jou een infuus te prikken en dan worden alle afnames via een vingerprik genomen. Je moet er dan wel rekening mee houden dat men ongeveer om de 15 min. 2 ml bloed nodig heeft dus dat betekend ongeveer 17 vingerprikjes in totaal. Je wordt aangesloten aan het apparaat dat men gaat gebruiken en dan wordt er voor de eerste keer bloed afgenomen, je bloeddruk en hartslag worden geregistreerd en je moet voor de eerste keer een ademtest afleggen (blazen in een soort pijpje dat vast zit aan een digitaal metertje). Dit is nu de uitgangswaarde ofwel het nuchtere adem monster. Vervolgens wordt er 50 g glucose opgelost in 300 ml water en dat moet je binnen 5 minuten na afname van het eerste adem monster opdrinken. De verpleegkundige zal ook samen met jou een lijst invullen waarop je klachten van dat moment staan, die lijst wordt constant bijgehouden en het is heel belangrijk dat je ELKE klacht/verandering die je voelt aangeeft! Denk niet "Dit is normaal voor mij" terwijl je niets zegt maar meldt echt alles, hoe onbenullig het in jouw ogen ook lijkt.

Hierna wordt er:

• Iedere 15 min. bloed afgenomen (4 uur lang);
• Iedere10 min.bloeddruk en polsfrequentie gemeten gedurende het 1ste half uur, daarna iedere 15 min.;
• Iedere 30 min. een ademmonster (tot 240 min.);
• De vragenlijst wordt om de 15 min. Ingevuld, waarbij je de klachten een score kan geven van 0 (=afwezig) tot 10 (=ondragelijk).

Tijdens het hele onderzoek blijft men dus vragen stellen, zoals of je wilt gaan liggen enz, wees eerlijk, probeer je niet sterker op te stellen dan dat je jezelf voelt! Je zult, als er sprake is van dumping, verschillende klachten ondervinden zoals misselijkheid, een opgeblazen buik, borrelingen, een gevoel van warmte, zweten, duizeligheid, hartkloppingen, kortademigheid, slaperigheid en de neiging tot flauwvallen. Je ligt tijdens het onderzoek op een bed en er is altijd iemand aanwezig! Na het onderzoek mag je de normale medicijnen weer innemen en kun je naar huis. Het kan zijn dat je nog een tijdje rest klachten ondervind, houdt hier rekening mee en zorg dat er bij ernstige klachten iets geregeld is voor je terugreis. Normaal gesproken mag je na het onderzoek zelfstandig naar huis maar jij kent jouw lichaam het beste, dus neem geen risico's.

Voor de uitslagen zal er een afspraak worden gemaakt met je behandelend arts. Het analyseren van al het bloed en de berekeningen nemen veel tijd in beslag dus de uitslag zal langere tijd op zich laten wachten.

 


Onderzoek naar lactose intolerantie

Waterstof ademtest naar lactose intolerantie

Dit onderzoek is bedoeld om uit te zoeken of je intolerant bent voor lactose. Bij lactose intolerantie is je lichaam niet voldoende in staat om het enzym lactase aan te maken. Lactose moet na consumptie in de dunne darm gesplitst worden door het enzym lactase in kleinere suikers, glucose en galactose. Als de vertering en splitsing in de dunne darm niet volledig plaats vindt, komt er lactose in de dikke darm terecht.

Bacteriën in de dikke darm zorgen voor een splitsing van de lactose, waarbij waterstofgas (H2) gevormd wordt. Het waterstofgas wordt opgenomen en verspreidt zich direct in de bloedbaan. Omdat het ook in de longblaasjes terecht komt, kan het gemeten worden in de uitgeademde lucht.

De test wordt uitgevoerd om vast te stellen of lactose (=melksuiker) goed wordt verteerd en opgenomen via de darm. .Als  de lactose terecht komt in de dikke darm gaat het gisten en dit kan leiden tot verschijnselen als overmatige gas- en zuurproductie, buikpijn,  opgeblazen gevoel, winderigheid en diarree, ook kan er hevige misselijkheid optreden. Door om de bepaalde tijd in een buisje te blazen wordt de hoeveelheid lactose in je adem gemeten. Als het boven een bepaalde waarde uitkomt, kan er bijna zeker van lactose intolerantie worden gesproken.

Voorbereiding

De avond voor het onderzoek moet je een lichtverteerbare maaltijd gebruiken, b.v witbrood, witte rijst, kip, kaas, bloemkool, appelmoes, eieren, visfilet of magere vleeswaren. De dag voorafgaand aan het onderzoek zijn melk of melk producten en vers fruit of vruchtensappen met vruchtvlees niet toegestaan daar dit de onderzoeksresultaten kan beïnvloeden. De ochtend van het onderzoek moet je nuchter zijn, dat betekend dat je de avond voorafgaand aan het onderzoek vanaf 19.00 uur niets meer mag eten en vanaf 22.00 niets meer mag drinken, roken is vanaf die tijd ook niet meer toegestaan omdat dit ook de onderzoeksresultaten kan beïnvloeden. Verder is er geen speciale voorbereiding nodig. Sommige medicijnen moeten  worden gestopt, met uitzondering van medicatie die niet zonder risico gestopt kan worden zoals medicijnen voor het hart, tegen hoge bloeddruk of epilepsie, deze mag je vroeg in de ochtend met een klein beetje water innemen. Als je antibiotica gebruikt moet je dit voor het onderzoek melden! In het geval je een gebitsprothese hebt mag je deze 24 uur voor het onderzoek alleen met tandpasta reinigen.

Het onderzoek

Voordat het onderzoek begint blaas je een keer in een buisje. Dit buisje is aangesloten op een apparaatje dat de waarde van de uitgeblazen lactose in je adem meet, deze waarde is 0 of 1. Binnen 5 min. na het eerste adem monster krijg je een suikerdrank te drinken, deze drank bevat 50 gram suiker, opgelost in 300 ml water. Een half uur nadat je deze drank op hebt, blaas je opnieuw in het buisje. Daarna moet je het blazen elk half uur herhalen tot 3 uur nadat het drankje op is. De waarde moet je elke keer opschrijven, ook moet je het aangeven als je klachten hebt. Tijdens de test mag niet gegeten, gedronken of gerookt worden Na 3 uur is het onderzoek klaar.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je alles weer eten en drinken. De uitslag van het onderzoek krijg je op de eerst volgende afspraak met je arts.

Vaak is een lactose vrij dieet de oplossing voor alle klachten. Is een persoon een paar weken klachtenvrij dan kan worden begonnen met het langzaam opbouwen van het nemen van lactose bevattende producten tot de klachten terugkomen. Er kan besloten worden dat een lactose vrij leven de beste oplossing is. Lactose is een stof die in heel veel melkproducten zit. Lactose intolerantie is echter niet hetzelfde als koemelk allergie. Bij een allergie kan een persoon absoluut geen melkproducten verdragen, bij een lactose intolerantie kunnen melkproducten wel worden verdragen, mits deze vrij zijn gemaakt van lactose. Bij sommige supermarkten zijn ook melk en yoghurt te koop die door een speciale bereidingswijze lactose vrij zijn.


PP (Pancreas Polypeptide) test

Deze test is bedoeld om te kijken of er schade is aan de nervus vagus. De nervus vagus is de 10e hersenzenuw die een groot deel van de ingewanden aanstuurt. Hij zorgt er bijvoorbeeld voor dat de maaguitgang kort na het eten open gaat, hij heeft invloed op de werking van maag, darmen en de alvleesklier/pancreas. De nervus vagus loopt vlak achter de slokdarm en de maag.

Soms kan bij een operatie in dit gebied (hoog in de maag, laag in de slokdarm of de overgang van slokdarm naar maag) de nervus vagus beschadigen. Dat kan (zelden) ook spontaan gebeuren. Het is belangrijk bij een verandering van de maagwerking (vertraagd/versneld) te controleren of deze zenuw goed functioneert.

Pancreas Polypeptide is een hormoon dat bij de mens uitsluitend in de pancreas wordt geproduceerd en na het nuttigen van een maaltijd in het bloed vrij komt. Bij een verstoorde functie van de nervus vagus treedt er GEEN stijging van het PP gehalte op.

Voorbereiding

De dag van het onderzoek moet je nuchter naar de afdeling komen, dat betekent dat je de avond voorafgaande aan het onderzoek vanaf 22.00 uur niets meer mag eten of drinken (als je suikerziekte hebt moet je dit VOOR het onderzoek melden).

Bij de PP-test wordt er een infuus ingebracht waardoor een kleine hoeveelheid insuline wordt toegediend. Voor de test wordt eerst je gewicht bepaald omdat afhankelijk hiervan de hoogte van de insuline gift wordt berekend. De insuline zorgt ervoor dat je een lage bloedsuiker waarde (hypoglycemie) krijgt. Bij een hypoglycemie is het mogelijk dat er klachten optreden zoals duizeligheid, wazig zien, slaperig worden en transpireren. Tijdens de periode dat je een lage bloedsuiker hebt is er constant een verpleegkundige aanwezig en word je nauwkeurig geobserveerd.

Het veroorzaken van een lage bloedsuiker is nodig om de nervus vagus te activeren. Het lichaam wil de bloedsuiker omhoog hebben en gaat allerhande stofjes maken om dat te doen (voorbeelden van deze stofjes zijn: adrenaline, cortisol, enz). Een van de tegenmaatregelen van het lichaam om de bloedsuiker weer omhoog te krijgen is het snel vrijmaken van Pancreas Polypeptide uit de alvleesklier.

Tijdens het onderzoek wordt bloed afgenomen op vastgestelde tijdstippen, namelijk 1 keer 10 min. vóór toediening van de insuline en vervolgens elke 10 minuten. Dit wordt gedaan totdat er 1,5 uur na de aanvang van het onderzoek voorbij zijn. Ongeveer 40 á 50 minuten na het inspuiten van de insuline stijgt de bloedsuiker weer. Na 1,5 uur krijg je een kleine broodmaaltijd bestaand uit 1 witte boterham, 5 gram margarine, 45 gram kaas, 1 gekookt ei, 150 ml melk, koffie of thee zonder suiker. Als alternatief voor de maaltijd kan 400 ml drinkvoeding gegeven worden.

Na de maaltijd voel je je een stuk beter, er wordt nu nog gedurende 1 uur om de 15 min. bloed afgenomen. Het kan zijn dat je na het onderzoek wat licht in je hoofd bent of erg vermoeid, daarom is het verstandig om vooraf al vervoer naar huis te regelen. Het onderzoek duurt in totaal ongeveer 3 uur.

De uitslag van deze metingen kent twee mogelijkheden:

1. De bloedsuiker wordt laag en PP stijgt: de nervus vagus is goed;
2. De bloedsuiker wordt laag en PP stijgt niet of niet voldoende: de nervus vagus kan beschadigd zijn.

Om te controleren of de PP wel of niet (voldoende) werkt, moet het bloed veel bewerkingen doorlopen en zal het een paar maanden duren voordat je de uitslag van het onderzoek krijgt. 


Xylosetest

Xylose is een suiker dat in bepaalde vezelrijke voedingsmiddelen zit, het wordt door de dunne darm opgenomen in het lichaam en uitgescheiden in de urine. Bij een Xylosetest wordt gekeken, hoeveel Xylose er terug gevonden wordt in de urine en aan de hand daarvan kan men bepalen hoe de opname (absorptie) van de dunne darm is. Een verlaagde opname van Xylose kan wijzen op bepaalde darm aandoeningen.

Voorbereidingen voor de Xylosetest

De avond voor het onderzoek moet je na 21.00 uur nuchter blijven. Voordat je naar bed gaat los je de Xylosepoeder, die je gekregen hebt, op in een glas met 200 ml water. Het beste kun je het glas met de opgeloste Xylosepoeder naast je bed zetten, samen met een extra glas water (200ml). Zet de wekker om 03.00 uur 's nachts, je gaat dan eerst naar de wc om te plassen, deze urine mag je gewoon doorspoelen. Daarna drink je het glas met het opgeloste Xylosepoeder en het glas water allebei leeg. Vanaf dat moment moet je tot 08.00 uur 's ochtends alle urine verzamelen in een bokaal. Om 08.00 uur ga je nog een keer naar de wc en maak je de blaas leeg. Deze urine gaat ook nog in de bokaal.

Na deze handelingen

De bokalen met urine breng je naar de poli/plek, die door het ziekenhuis is aangegeven. Let op: Het bovenstaande kan per ziekenhuis/arts verschillen.

  

Tonometrie

Een inspannings-tonometrie meet de hoeveelheid bloed toevoer en de werking van de maag en dunne darm tijdens inspanning. Vaak wordt aansluitend aan de inspannings-tonometrie, de 24-uurs tonometrie gedaan. Daarom zullen we hier de onderzoeken onder elkaar zetten.

Inspannings tonometrie

Tijdens een fiets test wordt, door middel van 2 slangetjes door je neus, het koolzuurgehalte gemeten in je maag, dunne darm en het bloed. Op deze manier kan worden gekeken of je klachten worden veroorzaakt door onvoldoende doorbloeding in dat gebied. Voor, tijdens en na het onderzoek zullen de waarden van het koolzuur worden geregistreerd.

Voorbereiding

De avond voor het onderzoek moet je vanaf 24.00 uur nuchter zijn, dit betekent dat je niets mag eten of drinken. Soms is het nodig om met bepaalde medicijnen te stoppen voor het onderzoek, welke dit zijn en of dit voor jou geldt hoor je van je behandelende arts. Verder is het goed om lekker zittende kleding aan te trekken omdat je een lichamelijke inspanning moet leveren. Als aansluitend daaraan de 24-uurs tonometrie wordt gedaan, moet je ook alles meenemen voor de nacht, je persoonlijke verzorging en iets om de tijd mee te vullen.

Het onderzoek zelf

Je krijgt op de röntgenafdeling twee slangetjes door je neus geschoven. Deze worden onder röntgen doorlichting doorgeschoven naar de dunne darm, dit kan vervelend aanvoelen. Soms kan het gebeuren dat je moet kokhalzen, schaam je hier niet voor, het is heel normaal en de arts en verpleegkundigen zijn het gewend. Soms wordt je neus van te voren verdoofd met een spray, dit maakt het inbrengen makkelijker. Zorg ervoor dat je tijdens het inspuiten van de spray niet in ademt omdat dit wat problemen kan opleveren met je ademhaling!

Als de slangetjes op hun plaats zitten, krijg je nog een infuusnaald ingebracht. Hierdoor krijg je, om de betrouwbaarheid van het onderzoek te vergroten, een maagzuurremmend middel gespoten. Ten behoeve van het onderzoek krijg je voor, tijdens en na de inspanning een vingerprik, hiermee kan het koolzuur gehalte gemeten worden. Tijdens dit prikken zit je op een comfortabele stoel. Na de eerste vingerprik krijg je plakkers op je borst geplakt die je hartslag meten tijdens de inspanning en moet je plaatsnemen op een speciale home trainer. Op deze fiets moet je 10 minuten hard fietsen, daarna mag je weer plaatsnemen op de comfortabele stoel en wordt je koolzuurgehalte gedurende 20 minuten gemeten. Hierna is de inspannings tonometrie klaar.

24-uurs tonometrie

Hierbij ga je naar de verpleegafdeling waar de slangetjes aangesloten worden op meetapparatuur. De 24-uurs tonometrie meet de koolzuurgas waarde in het bloed tijdens het eten, drinken en rusten. Op de afdeling worden de slangetjes uit je neus aangesloten op de meetapparatuur en daarna blijf je 24 uur op deze afdeling. Elke keer als je iets eet, drinkt of rust moet je dit bijhouden in een dagboek. De tijden die je opschrijft moeten gelijk zijn aan de tijden die op de meetapparatuur staan vermeld. Dit maakt het voor de arts makkelijker om de tijden te vergelijken. Na 24 uur worden de slangetjes uit je neus verwijderd en de meetapparatuur gestopt, daarna mag je naar huis.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je weer gewoon eten en drinken en ook mag je alle medicijnen weer gebruiken. De uitslag krijg je te horen tijdens de eerstvolgende afspraak met je arts.

 

 

Colonscopie

 

Er is besloten een colonscopie te gaan doen, dit is een kijkonderzoek van de dikke darm. Met een flexibele slang gaat de arts via de anus naar binnen en kan op die manier de darm goed controleren op oneffenheden. Eventueel kan de arts ook biopten (= stukjes weefsel voor microscopisch onderzoek) wegnemen voor verder onderzoek. Hij kan met dit onderzoek oorzaken vaststellen of uitsluiten.

Voorbereiding

Voor het onderzoek moeten je darmen schoon zijn, dit betekent meestal dat je een dag van te voren laxeerdrank moet drinken. Welke drank dit is, is afhankelijk van het ziekenhuis, vaak wordt kleanprep of moviprep gebruikt. Veel mensen vinden de voorbereidingen erger dat het onderzoek zelf maar het is helaas nodig. Hoe de verdere voorbereidingen zijn staat uitgebreid in de folder die je van het ziekenhuis meekrijgt. Omdat er zoveel verschillende voorbereidingswijzen zijn, plaatsen we hier alleen de algemene voorbereiding. Lees de folder van het ziekenhuis dus goed door!

Over het algemeen geldt dat je de dag voor het onderzoek tot ongeveer 17.00 uur normaal mag eten en drinken en daarna moet beginnen met laxeren. Dit houdt in dat je de kleanprep of moviprep binnen een bepaalde tijd moet opdrinken. Moviprep en kleanprep werken sterk laxerend, je krijgt er dus zeker diarree van. Wanneer de eerste ontlasting komt is bij iedereen verschillend. Met sommige medicijnen (die je eventueel gebruikt) moet je een paar dagen voor het onderzoeken stoppen maar dit doe je in overleg met je arts.

Tips voor het laxeren:

Moviprep en kleanprep zijn niet lekker, wat kan helpen is om ze van te voren in de koelkast te zetten zodat het lekker koud is, dat maakt de smaak minder vies. Ook mag je de drank aanlengen met limonadesiroop met een smaak naar keuze (alleen niet de rode soorten), je kunt het daarmee zo zoet maken als je zelf wilt. Naast het koelen en het aanlengen kun je de drank eventueel ook met een rietje drinken. Een paar slokken appelsap na ieder glas kan ook wel eens helpen.

Blijf in de buurt van het toilet. De ontlasting kan zich uit het niets opeens aandienen en dan kun je het echt niet meer ophouden. Maak dus geen afspraken voor de avond voor het onderzoek. Voor de nacht kun je misschien een hydrofiele onderlegger (verkrijgbaar bij de apotheek) in je bed leggen, zodat als het mis gaat, je niet je hele bed hoeft te verschonen. Je anus kan op een gegeven moment schraal worden van alle ontlasting, insmeren met vaseline of een andere daarvoor geschikte zalf kan dan verlichting geven.

De dag van het onderzoek

Voordat het onderzoek begint moet je het onderlijf helemaal ontbloten en krijg je een infuusnaald in je arm. Het prikken van het infuus kan pijn doen maar dit duurt maar even. De infuusnaald wordt gebruikt om een roesje te geven, dit is geen narcose maar helpt je om te ontspannen en hierdoor wordt het inbrengen van de endoscoop in de darm vergemakkelijkt. Meestal wordt voor een roesje het medicijn dormicum gegeven. Zelf merk je zo goed als niets meer van het onderzoek en je zult je naderhand ook niets meer herinneren. Op de momenten dat je lichaam pijn ervaart geef je dit wel aan waardoor een arts te allen tijde weet of hij/zij je niet te veel pijn doet. Het kan dus zijn dat je huilt of kermt maar je zult je na het onderzoek geen pijn of ongemak herinneren!

Na het prikken van het infuus en moet je op je linkerzij op de onderzoekstafel gaan liggen. Je moet op je linkerzij liggen, omdat je darm die kant op loopt. Door de zwaartekracht gaat het inbrengen daardoor makkelijker. De arts spuit het roesje in het infuus, je wordt wat duizelig en op een gegeven moment zul je het idee hebben dat je hebt geslapen maar dit is niet zo. Je blijft gewoon wakker en kunt aanwijzingen van de arts opvolgen maar, zoals al gezegd, je kunt je dit door de medicijnen later niet meer herinneren.

De arts brengt de scoop via de anus in en op een scherm kan hij alles volgen. De scoop wordt tot aan de overgang naar de dunne darm gevoerd. Eventuele poliepen verwijdert hij direct en deze worden voor onderzoek doorgestuurd. Soms is het nodig om enkele biopten te nemen, ook dit zal via de scoop gebeuren. Als het nodig is duwen verpleegkundigen, die bij het onderzoek aanwezig zijn, wat op je buik om de doorgang van de scoop wat soepeler te laten gaan, dit kan vervelend zijn. Ook laat de arts wat lucht in de darm stromen om een wat betere doorgang te krijgen. Het kan zijn dat je hiervan windjes moet laten, schaam je hier niet voor, de arts en verpleegkundigen zijn dit gewend en het ophouden van lucht veroorzaakt extra ongemak. Ook als de scoop door bochten in de darm gaat kan dat wat pijn geven, dit valt helaas niet te voorkomen. Als de scoop bij de overgang naar de dunne darm is gekomen is het onderzoek klaar. De arts zal de scoop dan rustig terugtrekken. Het onderzoek duurt ongeveer 30-40 minuten.

Na het onderzoek

Na het onderzoek word je in een bed naar de afdeling dagbehandeling of shortstay gebracht, hier kun je letterlijk je roes uitslapen. Meestal mag je na 2 uur naar huis, je krijgt wel vaak nog een beschuitje of wat vla te eten. Nadat je het roesje hebt uitgeslapen mag je absoluut niet zelfstandig deelnemen aan het verkeer. Zorg er dus voor dat het vervoer van tevoren geregeld is. Het roesje is nog niet helemaal uit je bloed verdwenen en je kunt nog te suf zijn om adequaat te reageren in het verkeer.

Als er biopten zijn genomen kun je wat bloedverlies uit de anus hebben maar dit mag niet veel zijn. Zijn het grote hoeveelheden moet je zo snel mogelijk contact opnemen met je arts of anders met de eerste hulp. Door de lucht die in je darmen zit kun je winderig zijn, laat dit gewoon gebeuren, ophouden veroorzaakt extra ongemak. Verder mag je daarna alles weer eten en drinken en een dag later heb je nagenoeg geen last meer van het onderzoek.

De uitkomst van het onderzoek hoor je van je arts.

Onderzoeken dikke darm

 

Soms is het nodig om de binnenkant van je dikke darm in beeld te brengen. Dit kan door middel van een colonscopie, waarbij de arts een heel goed beeld krijgt van de binnenkant en afwijkingen kan opsporen. Grote afwijkingen kunnen uiteraard ook in beeld worden gebracht door het maken van een serie röntgenfoto's van de dikke darm, dit zal worden gedaan door bariumpap in de dikke darm te laten lopen. Dit onderzoek is minder belastend dan een colonscopie, maar geeft een minder volledig beeld. Afhankelijk van waar de arts naar zoekt kan hij kiezen voor een inloop foto van de dikke darm.

Voorbereiding

Omdat de dikke darm voor dit onderzoek goed leeg moet zijn, is het nodig om een dag voor het onderzoek te laxeren. Dit betekent, afhankelijk van het ziekenhuis, dat je de middag/avond voor het onderzoek een grote hoeveelheid laxeermiddel moet gebruiken. Je mag vanaf dat moment niets meer eten of drinken. Het laxeren veroorzaakt een grote hoeveelheid diarree, blijf dus tijdens het laxeren in de buurt van het toilet. De manier waarop je moet laxeren is afhankelijk van het ziekenhuis, lees daarom de voorlichtingsfolder die je krijgt goed door. Op de dag van het onderzoek moet je ook nuchter komen, dit betekent dat je niet mag eten, drinken of roken (je moet dus vanaf het begin van het laxeer proces nuchter blijven tot na het onderzoek). Een enkel slokje helder water mag wel maar geen bruisend mineraalwater!

Het onderzoek

Je moet in het kleedhokje je kleding uit doen, vaak krijg je dan een soort hemd van het ziekenhuis dat je kunt dragen. Daarna moet je op de linkerzij op de onderzoekstafel gaan liggen. De radioloog, of assistent zal een buisje in je anus plaatsen, aan het einde daarvan zit een ballon die opgeblazen wordt zodra het buisje op zijn plaats zit. Dit om alles goed op zijn plaats te houden. Daarna wordt er bariumpap in de darm gespoten, dit is een contrastmiddel dat niet gevoelig is voor röntgenstraling, en het betekent dat de wand van de dikke darm goed zichtbaar wordt gemaakt. Terwijl de darm vol loopt zal er een reeks foto's worden gemaakt, dit gebeurd net zolang tot de dikke darm helemaal gevuld is met de pap. Tijdens het maken van de foto's zul je verschillende houdingen moeten aannemen, liggend op de rug, op de zij en soms ook rechtop zittend.

Als de eerste reeks foto's is gemaakt, zal de bariumpap via het buisje weer zoveel mogelijk uit de darm worden gezogen. Soms lukt dit niet volledig en zul je tussendoor naar het toilet moeten lopen. Probeer tijdens het lopen naar het toilet je billen goed tegen elkaar gedrukt te houden, dit kan lastig zijn omdat er toch een grote hoeveelheid bariumpap in je darm zit. Als de darm (gedeeltelijk) geleegd is van bariumpap, zal er lucht in je anus worden gespoten en de tweede reeks foto's gemaakt worden, waarbij ook weer verschillende houdingen moeten worden aangenomen. Probeer de lucht tijdens het onderzoek niet te laten ontsnappen, dit kan een onaangenaam gevoel geven maar is nodig om een goed beeld te krijgen. Na de 2e reeks foto's is het onderzoek voorbij. Daarna zal de ballon leeg worden gemaakt en het buisje uit de anus verwijderd. Je kunt dan rustig naar het toilet gaan om alle bariumpap te lozen.


 

 

Na het onderzoek

Na het onderzoek kun je nog last hebben van een opgeblazen gevoel. Dit is normaal omdat er een hoeveelheid lucht en bariumpap is ingespoten. Ook kun je nog een paar dagen last hebben van dunne ontlasting ten gevolge van het onderzoek, dit gaat vanzelf over. Het zou kunnen dat de ontlasting wat moeizamer verloopt, je moet dan wat meer drinken, dit maakt de ontlasting wat zachter. Als je van te voren weet dat je darm zich erg langzaam ledigt, begin dan gelijk bij thuiskomst met laxeren. Barium heeft de neiging bij stilstand snel in te drogen tot een grote massieve klont die een ernstige verstopping kan veroorzaken. Laxeer daarom net zo lang tot er alleen nog maar bruine ontlasting komt.

Als het onderzoek is afgelopen mag je weer gewoon eten en drinken. Omdat je lange tijd nuchter moest blijven, is het verstandig iets te eten van thuis mee te nemen voor na het onderzoek. Je mag op eigen gelegenheid naar huis, je hoeft van te voren dus geen vervoer te regelen. De uitslag van het onderzoek zul je op het eerstvolgende spreekuur met je arts krijgen.

Markertjes onderzoek

Om de beweeglijkheid van de dikke darm te onderzoeken, kun je een markeronderzoek laten doen. Bij dit onderzoek slik je een aantal dagen pillen met daarin markers, dit zijn een soort ringetjes die goed zichtbaar zijn met röntgenstraling. Hoe het onderzoek wordt uitgevoerd verschilt erg, we zullen daarom meerdere methodes als voorbeeld noemen.

Voorbereiding

Een paar dagen voordat je met het onderzoek begint, moet je wat extra voedingsvezels eten, deze zitten onder andere in bruin brood en rijst. Verder zou het kunnen dat je tijdelijk moet stoppen met medicijnen die de beweeglijkheid van de darmen bevorderen. Het is ook mogelijk dat je geen laxeermiddelen mag gebruiken vlak voor het onderzoek. Welke medicijnen dit zijn en of het ook voor jou van toepassing is, moet je overleggen met je arts. Verdere voorbereidingen zijn niet nodig.

Het onderzoek zelf

Methode 1,

Bij deze methode verschilt het aantal dagen dat je de capsules neemt, het kunnen 7 of 10 dagen zijn. Op de afgesproken dag kom je naar het ziekenhuis en ontvangt het vooraf bepaalde aantal capsules. Je gaat dan naar huis en neemt de volgende dag op 1 capsule, je mag de rest van de dag eten en drinken zoals je gewend bent. Je gaat nu een week of 10 dagen lang elke dag een capsule nemen op een vastgestelde tijd (bv elke dag om 10.00 uur) je houdt het normale eetpatroon zo veel mogelijk aan. Gedurende deze tijd mag je de eigen medicatie gewoon door blijven gebruiken. De dag nadat je de laatste pil hebt genomen, laat je een röntgenfoto maken. Hierna is het onderzoek eigenlijk al klaar. De radioloog kan aan de hand van de positie van de markers een berekening maken van de bewegingssnelheid van de dikke darm.

Methode 2,

Je komt op de afgesproken tijd naar het ziekenhuis en krijgt daar 2 capsules te slikken, in elke capsule zitten 8 ringetjes, de zogenaamde markers. Vervolgens neem je plaats in de wachtkamer of gaat een stukje wandelen. Je moet je na een half uur weer melden waarna de eerste foto wordt gemaakt. Men beoordeelt hoe ver de capsules al zijn gezakt en wat hun ligging is, hierna ga je terug naar de wachtkamer. Een uur na het slikken van de markers wordt er opnieuw een foto gemaakt om de ligging van de markers te bepalen. Hierna is het onderzoek voor die dag klaar.

Je mag nu naar huis maar zult voor de komende 3 à 4 dagen afspraken mee krijgen. Je moet je daarna elke dag op het zelfde tijdstip in het ziekenhuis melden voor vervolg foto's. Net zo lang tot òf de markertjes weg zijn (uit gepoept) òf tot men het proces voldoende in beeld heeft gekregen.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je alle medicijnen weer gebruiken die je ervoor ook al nam. Van dit onderzoek zul je verder geen klachten hebben.

 

Rectale barostat

Met een barostat onderzoek kan de arts meten hoe gevoelig en rekbaar de endeldarm is, hiermee kan men meten of je last hebt van een prikkelbare darm. Bij een prikkelbare darm zijn je darmen overgevoelig voor oprekking, hierdoor kun je buikpijnklachten hebben en ook kun je wisselend diarree en verstopping krijgen. Het onderzoek wordt ook verricht bij ernstige obstpatie en bekkenbodem problemen.Bij het onderzoek krijg je een slang in de anus met een ballon eraan, deze ballon wordt afwisselend vol geblazen en leeg gezogen met verschillende hoeveelheden lucht. Je kunt aangeven hoeveel pijn het doet en hoe ongemakkelijk het voelt.

Voorbereiding

Enkele dagen voor het onderzoek moet je stoppen met medicijnen die het maag-darmstelsel beïnvloeden. Welke medicijnen dit zijn en of jij er ook mee moet stoppen, overleg je met je arts. De dag van het onderzoek moet je nuchter zijn, dit betekent dat je na 19.00 uur niets meer mag eten, na 22.00 uur mag je niet meer drinken en roken. Als het onderzoek 's middags plaats vindt mag je nog een licht ontbijt (2 beschuiten en een kopje thee) gebruiken. Een uur voor het onderzoek krijg je een klysma ingespoten, dit kan water zijn met een medicijn dat rectaal (=via de anus) wordt gegeven. Hiervan krijg je ontlasting en wordt de darm zo leeg mogelijk voor het onderzoek.

Het onderzoek zelf

Je moet je onderlichaam ontbloten en op je rechterzij op de onderzoekstafel plaatsnemen,het bed word in een trendelenburgstand gezet (het hoofd lager dan de benen) waardoor de druk van de buik inhoud op het rectum verminderd. Je moet nu je knieën optrekken om het inbrengen van de slang zo gemakkelijk mogelijk te maken. Het inbrengen van de slang kan vervelend zijn, soms helpt het om een beetje mee te persen, het inbrengen gaat dan makkelijker. Als de slang geplaatst is wordt je verzocht op je rug te gaan liggen, en wordt de slang aangesloten op de barostat. De onderzoeker gaat nu eerst controleren of hij goed zit en of de ballon zich goed kan ontplooien. Dit wordt gedaan door wat lucht in de ballon te laten, het geeft een ongemakkelijk gevoel en kan pijn doen maar is wel nodig voor een goed verloop van het onderzoek. Als alles goed zit begint het daadwerkelijke onderzoek.

Via de computer zal steeds een hoeveelheid lucht in het ballonnetje worden geblazen, de lucht zal er even in blijven en daarna loopt het ballonnetje weer leeg. De onderzoeker heeft er geen invloed op hoeveel er in of uit de ballon loopt, dit gaat geheel computergestuurd. Als de ballon is leeggelopen moet je op een scorekaart de pijn score invullen en in hoeverre het een ongemakkelijk gevoel geeft. De score verloopt van 0 tot 10 waarbij 0 geen pijn/ongemak is en 10 de meeste pijn/ongemak die je ooit hebt gehad.

Dit opblazen, leeglopen en scoren gaat net zo lang door tot het maximale ballon volume is bereikt of dat je zelf aangeeft dat de pijn niet meer te doen is. Schaam je hier niet voor, hiervoor is het onderzoek bedoeld. Als je geen pijn aangeeft terwijl het toch pijn doet, zal de arts ook geen diagnose kunnen stellen. De duur van het onderzoek is afhankelijk van hoeveel de patiënt kan verdragen, maximaal duurt het 3 uur.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je gewoon weer eten en drinken, verder zullen er na het onderzoek geen klachten optreden. Je arts zal je op de eerstvolgende afspraak de uitslag geven en eventueel een behandelplan opstellen.

Subcategorieën

Info onderzoeken

 

alt

In dit artikel hebben we geprobeerd om zoveel mogelijk onderzoeken te beschrijven die toegepast worden bij maag-darmstoornissen. Er zullen nog wel onderzoeken zijn die we niet beschrijven maar we hopen in de loop van de tijd deze opsomming nog completer te maken.
In dit deel lees je de onderzoeken die te maken hebben met de buik en de darmen.


Colonscopie

Er is besloten een colonscopie te gaan doen, dit is een kijkonderzoek van de dikke darm. Met een flexibele slang gaat de arts via de anus naar binnen en kan op die manier de darm goed controleren op oneffenheden. Eventueel kan de arts ook biopten (= stukjes weefsel voor microscopisch onderzoek) wegnemen voor verder onderzoek. Hij kan met dit onderzoek oorzaken vaststellen of uitsluiten.

Voorbereiding

Voor het onderzoek moeten je darmen schoon zijn, dit betekent meestal dat je een dag van te voren laxeerdrank moet drinken. Welke drank dit is, is afhankelijk van het ziekenhuis, vaak wordt kleanprep of moviprep gebruikt. Veel mensen vinden de voorbereidingen erger dat het onderzoek zelf maar het is helaas nodig. Hoe de verdere voorbereidingen zijn staat uitgebreid in de folder die je van het ziekenhuis meekrijgt. Omdat er zoveel verschillende voorbereidingswijzen zijn, plaatsen we hier alleen de algemene voorbereiding. Lees de folder van het ziekenhuis dus goed door!

Over het algemeen geldt dat je de dag voor het onderzoek tot ongeveer 17.00 uur normaal mag eten en drinken en daarna moet beginnen met laxeren. Dit houdt in dat je de kleanprep of moviprep binnen een bepaalde tijd moet opdrinken. Moviprep en kleanprep werken sterk laxerend, je krijgt er dus zeker diarree van. Wanneer de eerste ontlasting komt is bij iedereen verschillend. Met sommige medicijnen (die je eventueel gebruikt) moet je een paar dagen voor het onderzoeken stoppen maar dit doe je in overleg met je arts.

Tips voor het laxeren

Moviprep en kleanprep zijn niet lekker, wat kan helpen is om ze van te voren in de koelkast te zetten zodat het lekker koud is, dat maakt de smaak minder vies. Ook mag je de drank aanlengen met limonadesiroop met een smaak naar keuze (alleen niet de rode soorten), je kunt het daarmee zo zoet maken als je zelf wilt. Naast het koelen en het aanlengen kun je de drank eventueel ook met een rietje drinken. Een paar slokken appelsap na ieder glas kan ook wel eens helpen.

Blijf in de buurt van het toilet. De ontlasting kan zich uit het niets opeens aandienen en dan kun je het echt niet meer ophouden. Maak dus geen afspraken voor de avond voor het onderzoek. Voor de nacht kun je misschien een hydrofiele onderlegger (verkrijgbaar bij de apotheek) in je bed leggen, zodat als het mis gaat, je niet je hele bed hoeft te verschonen. Je anus kan op een gegeven moment schraal worden van alle ontlasting, insmeren met vaseline of een andere daarvoor geschikte zalf kan dan verlichting geven.

De dag van het onderzoek

Voordat het onderzoek begint moet je het onderlijf helemaal ontbloten en krijg je een infuusnaald in je arm. Het prikken van het infuus kan pijn doen maar dit duurt maar even. De infuusnaald wordt gebruikt om een roesje te geven, dit is geen narcose maar helpt je om te ontspannen en hierdoor wordt het inbrengen van de endoscoop in de darm vergemakkelijkt. Meestal wordt voor een roesje het medicijn dormicum gegeven. Zelf merk je zo goed als niets meer van het onderzoek en je zult je naderhand ook niets meer herinneren. Op de momenten dat je lichaam pijn ervaart geef je dit wel aan waardoor een arts te allen tijde weet of hij/zij je niet te veel pijn doet. Het kan dus zijn dat je huilt of kermt maar je zult je na het onderzoek geen pijn of ongemak herinneren!

Na het prikken van het infuus en moet je op je linkerzij op de onderzoekstafel gaan liggen. Je moet op je linkerzij liggen, omdat je darm die kant op loopt. Door de zwaartekracht gaat het inbrengen daardoor makkelijker. De arts spuit het roesje in het infuus, je wordt wat duizelig en op een gegeven moment zul je het idee hebben dat je hebt geslapen maar dit is niet zo. Je blijft gewoon wakker en kunt aanwijzingen van de arts opvolgen maar, zoals al gezegd, je kunt je dit door de medicijnen later niet meer herinneren.

De arts brengt de scoop via de anus in en op een scherm kan hij alles volgen. De scoop wordt tot aan de overgang naar de dunne darm gevoerd. Eventuele poliepen verwijdert hij direct en deze worden voor onderzoek doorgestuurd. Soms is het nodig om enkele biopten te nemen, ook dit zal via de scoop gebeuren. Als het nodig is duwen verpleegkundigen, die bij het onderzoek aanwezig zijn, wat op je buik om de doorgang van de scoop wat soepeler te laten gaan, dit kan vervelend zijn. Ook laat de arts wat lucht in de darm stromen om een wat betere doorgang te krijgen. Het kan zijn dat je hiervan windjes moet laten, schaam je hier niet voor, de arts en verpleegkundigen zijn dit gewend en het ophouden van lucht veroorzaakt extra ongemak. Ook als de scoop door bochten in de darm gaat kan dat wat pijn geven, dit valt helaas niet te voorkomen. Als de scoop bij de overgang naar de dunne darm is gekomen is het onderzoek klaar. De arts zal de scoop dan rustig terugtrekken. Het onderzoek duurt ongeveer 30-40 minuten.

Na het onderzoek

Na het onderzoek word je in een bed naar de afdeling dagbehandeling of shortstay gebracht, hier kun je letterlijk je roes uitslapen. Meestal mag je na 2 uur naar huis, je krijgt wel vaak nog een beschuitje of wat vla te eten. Nadat je het roesje hebt uitgeslapen mag je absoluut niet zelfstandig deelnemen aan het verkeer. Zorg er dus voor dat het vervoer van tevoren geregeld is. Het roesje is nog niet helemaal uit je bloed verdwenen en je kunt nog te suf zijn om adequaat te reageren in het verkeer.

Als er biopten zijn genomen kun je wat bloedverlies uit de anus hebben maar dit mag niet veel zijn. Zijn het grote hoeveelheden moet je zo snel mogelijk contact opnemen met je arts of anders met de eerste hulp. Door de lucht die in je darmen zit kun je winderig zijn, laat dit gewoon gebeuren, ophouden veroorzaakt extra ongemak. Verder mag je daarna alles weer eten en drinken en een dag later heb je nagenoeg geen last meer van het onderzoek.

De uitkomst van het onderzoek hoor je van je arts.


CT scan buik

Je arts heeft een ct scan voor je buik aangevraagd. Met een ct scan (Computer Tomografie) worden er, met behulp van röntgenstralen en een computer, dwarsdoorsnede foto's van je buik gemaakt. Een ct-scan geeft een uitgebreider beeld dan een "normale" röntgenfoto omdat het een driedimensionaal beeld is. Een ct scanner is een soort smalle, ronde poort waardoor je op een onderzoekstafel heen en weer wordt geschoven. Doordat de poort helemaal om je heen gaat kunnen er rondom verschillende foto's worden gemaakt, je voelt hier niets van. Ook hoef je niet bang te zijn voor claustrofobie (= angst voor kleine ruimtes) omdat het alleen maar een smalle ring is.

Röntgenstraling kan gevaarlijk zijn voor de ongeboren baby als je zwanger bent. Geef dit dus van te voren aan. De arts kan dan overwegen of het onderzoek noodzakelijk is en zo ja of er dan maatregelen getroffen moeten worden. Voor mensen die de hele dag met röntgenstraling werken kan het gevaarlijk zijn. Daarom ben je tijdens het maken van de ct scan alleen. Wel kunt je via de intercom contact maken met de röntgenlaboranten, die in de ruimte ernaast zitten.  

Voorbereiding

Omdat röntgenstraling door organen en weefsels heen kan kijken is het nodig dat je van te voren een contrastmiddel drinkt. Welk contrastmiddel dit is en hoelang ervoor je dit moet innemen is per ziekenhuis verschillend. Sommige ziekenhuizen schrijven ook voor dat je een aantal dagen voor het onderzoek moet beginnen met een mager dieet. Welke voorschriften voor jouw ziekenhuis gelden, kun je nalezen in de folder die je krijgt als je het onderzoek aanvraagt. Wat wel overeenkomt in de meeste ziekenhuizen is dat je 2 uur voor het onderzoek niet meer naar het toilet mag. Dit om ook een goed beeld te krijgen van de blaas en om er zeker van te zijn dat het contrastmiddel nog in het lichaam zit.

Het onderzoek zelf

In principe mag je bij een ct scan gewoon je kleren aanhouden. Ritssluitingen en andere metalen voorwerpen kunnen echter het beeld verstoren. Als je een broek draagt met een rits of metalen knopen moet deze dus uit, dit geldt ook voor een spijkerbroek. Houdt daar rekening mee voordat je naar het onderzoek gaat. Sieraden en piercings zijn ook niet toegestaan. In de kleedruimte verwijder je dus alles wat metaal bevat, ook eventueel je bril.

Daarna moet je plaatsnemen op  de onderzoekstafel en krijg je  een infuusnaald ingebracht. Deze dient ervoor om halverwege het onderzoek een contrastmiddel in te spuiten om de bloedvaten, de lever, de nieren en de gevulde blaas zichtbaar te maken. Dit contrastmiddel kan ervoor zorgen dat je even een heel warm gevoel krijgt en je kunt denken dat je in je broek plast, dit gebeurt niet echt. Het is heel normaal en trekt snel weer weg. Schrik er dus niet van. Als de infuusnaald zit mag je met je armen boven je hoofd op je rug gaan liggen. Je moet zo stil mogelijk blijven liggen! Dan gaat de scan beginnen. Je wordt heen en weer geschoven door de ring en een paar keer zal je gevraagd worden je adem in te houden en weer uit te blazen. Volg deze aanwijzingen goed op voor een zo goed mogelijk beeld. 

Het onderzoek duurt ongeveer een half uur.

Na het onderzoek

Zodra de scan klaar is, wordt het infuus verwijderd en mag je jezelf weer aankleden. In principe mag je na de scan weer alles eten en drinken. Ook mag je weer naar het toilet. Houdt er wel rekening mee dat je door de contrastvloeistof diarree kunt krijgen. Dit is heel normaal en gaat vanzelf weer over. Afhankelijk van het soort contrast dat is gebruikt kan je ontlasting een andere kleur hebben dan normaal. Bariumpap geeft de ontlasting een witte stopverfkleur, dit trekt vanzelf weer weg.

Je arts zal een afspraak met je maken voor het bespreken van de uitslag. 


Defaecografie: 

Wat is een defaecografie?

Bij een defaecografie worden de vorm en functie van de endeldarm (het laatste gedeelte van de dikke darm) zichtbaar gemaakt.

Een defaecografie is een röntgenonderzoek om eventuele afwijkingen in beeld te brengen om zo een oorzaak voor je klachten te vinden. Op een blanco opname is de darm niet goed te zien. Om de endeldarm zichtbaar te maken op de foto’s, krijgt je een speciale pap te drinken(bariumpap). De foto’s worden gemaakt terwijl je deze  bariumpap uitpoept. Hetvoelt niet prettig om dit onderzoek te moeten ondergaan maar je hoeft je echt niet te schamen voor de arts en laborant! Je lichaam is goed bedekt en de arts en radioloog zitten achter een scherm. Het onderzoek is niet pijnlijk.

Voorbereiding

De voorbereiding is erg verschillend bij de ziekenhuizen die dit onderzoek aanbieden. Je krijgt een folder met instructies die voor jouw ziekenhuis gelden, houd je aan deze instructies!

Een vrouwelijke patiënt wordt verzocht om een speciale vaginale tampon vlak vóór het onderzoek in te brengen. Deze tampon is doordrenkt met barium en zal de arts in staat stellen om eventuele verzakkingen te zien. Ook wordt door de contrast in de vagina duidelijker in beeld gebracht waar de schede zich bevindt. Het is ook mogelijk dat men met een spuitje een kleine hoeveelheid barium in de vagina spuit.

Het onderzoek

Tijdens het röntgenonderzoek brengt de radioloog (arts van de röntgenafdeling) een slangetje rectaal (via de anus) in. Door dit slangetje loopt de bariumpap in de endeldarm (laatste gedeelte van de dikke darm). Dit is doorgaans niet pijnlijk. Nadat de pap is ingelopen, ga je op een speciaal voor dit doel gemaakt toiletstoel zitten. De radioloog vraagt je een aantal keren te persen terwijl er röntgenfoto’s worden gemaakt. Het is ook mogelijk dat je op je hand moet blazen en je bekkenbodem moet aanspannen terwijl er foto’s worden gemaakt Als laatste vraagt de radioloog je dóór te persen zodat de bariumpap weer uit de endeldarm komt (je poept dan dus de bariumpap uit). Ook daar worden dan weer foto's van genomen. Gedurende het onderzoek kijkt de arts met behulp van röntgendoorlichting. Het onderzoek duurt ongeveer 20 minuten. Het kan gebeuren dat er wat barium gemorst wordt, neem daarom een schoon stel ondergoed mee naar het ziekenhuis!

Als je van jezelf weet dat je moeite gaat krijgen om de barium weer kwijt te raken probeer dan het laatste stukje van je dikke darm te spoelen dmv een flesje met lauwwarm water met daaraan een tuutje dat je naar binnen kunt schuiven. Als je in het bezit bent van een spoelpomp, spoel dan ter plekke je darm leeg vóór je naar huis gaat.

Ervaring onderzoek


Onderzoek dikke darm met röntgen

Soms is het nodig om de binnenkant van je dikke darm in beeld te brengen. Dit kan door middel van een colonscopie, waarbij de arts een heel goed beeld krijgt van de binnenkant en afwijkingen kan opsporen. Grote afwijkingen kunnen uiteraard ook in beeld worden gebracht door het maken van een serie röntgenfoto's van de dikke darm, dit zal worden gedaan door bariumpap in de dikke darm te laten lopen. Dit onderzoek is minder belastend dan een colonscopie, maar geeft een minder volledig beeld. Afhankelijk van waar de arts naar zoekt kan hij kiezen voor een inloop foto van de dikke darm.

Voorbereiding

Omdat de dikke darm voor dit onderzoek goed leeg moet zijn, is het nodig om een dag voor het onderzoek te laxeren. Dit betekent, afhankelijk van het ziekenhuis, dat je de middag/avond voor het onderzoek een grote hoeveelheid laxeermiddel moet gebruiken. Je mag vanaf dat moment niets meer eten of drinken. Het laxeren veroorzaakt een grote hoeveelheid diarree, blijf dus tijdens het laxeren in de buurt van het toilet. De manier waarop je moet laxeren is afhankelijk van het ziekenhuis, lees daarom de voorlichtingsfolder die je krijgt goed door. Op de dag van het onderzoek moet je ook nuchter komen, dit betekent dat je niet mag eten, drinken of roken (je moet dus vanaf het begin van het laxeer proces nuchter blijven tot na het onderzoek). Een enkel slokje helder water mag wel maar geen bruisend mineraalwater!

Het onderzoek

Je moet in het kleedhokje je kleding uit doen, vaak krijg je dan een soort hemd van het ziekenhuis dat je kunt dragen. Daarna moet je op de linkerzij op de onderzoekstafel gaan liggen. De radioloog, of assistent zal een buisje in je anus plaatsen, aan het einde daarvan zit een ballon die opgeblazen wordt zodra het buisje op zijn plaats zit. Dit om alles goed op zijn plaats te houden. Daarna wordt er bariumpap in de darm gespoten, dit is een contrastmiddel dat niet gevoelig is voor röntgenstraling, en het betekent dat de wand van de dikke darm goed zichtbaar wordt gemaakt. Terwijl de darm vol loopt zal er een reeks foto's worden gemaakt, dit gebeurd net zolang tot de dikke darm helemaal gevuld is met de pap. Tijdens het maken van de foto's zul je verschillende houdingen moeten aannemen, liggend op de rug, op de zij en soms ook rechtop zittend.

Als de eerste reeks foto's is gemaakt, zal de bariumpap via het buisje weer zoveel mogelijk uit de darm worden gezogen. Soms lukt dit niet volledig en zul je tussendoor naar het toilet moeten lopen. Probeer tijdens het lopen naar het toilet je billen goed tegen elkaar gedrukt te houden, dit kan lastig zijn omdat er toch een grote hoeveelheid bariumpap in je darm zit. Als de darm (gedeeltelijk) geleegd is van bariumpap, zal er lucht in je anus worden gespoten en de tweede reeks foto's gemaakt worden, waarbij ook weer verschillende houdingen moeten worden aangenomen. Probeer de lucht tijdens het onderzoek niet te laten ontsnappen, dit kan een onaangenaam gevoel geven maar is nodig om een goed beeld te krijgen. Na de 2e reeks foto's is het onderzoek voorbij. Daarna zal de ballon leeg worden gemaakt en het buisje uit de anus verwijderd. Je kunt dan rustig naar het toilet gaan om alle bariumpap te lozen.


Na het onderzoek

Na het onderzoek kun je nog last hebben van een opgeblazen gevoel. Dit is normaal omdat er een hoeveelheid lucht en bariumpap is ingespoten. Ook kun je nog een paar dagen last hebben van dunne ontlasting ten gevolge van het onderzoek, dit gaat vanzelf over. Het zou kunnen dat de ontlasting wat moeizamer verloopt, je moet dan wat meer drinken, dit maakt de ontlasting wat zachter. Als je van te voren weet dat je darm zich erg langzaam ledigt, begin dan gelijk bij thuiskomst met laxeren. Barium heeft de neiging bij stilstand snel in te drogen tot een grote massieve klont die een ernstige verstopping kan veroorzaken. Laxeer daarom net zo lang tot er alleen nog maar bruine ontlasting komt.

Als het onderzoek is afgelopen mag je weer gewoon eten en drinken. Omdat je lange tijd nuchter moest blijven, is het verstandig iets te eten van thuis mee te nemen voor na het onderzoek. Je mag op eigen gelegenheid naar huis, je hoeft van te voren dus geen vervoer te regelen. De uitslag van het onderzoek zul je op het eerstvolgende spreekuur met je arts krijgen.

 


Dubbele ballon endoscopie

alt

Je arts heeft besloten dat het verstandig is om een dubbele ballon endoscopie uit te gaan voeren. Dit is een kijkonderzoek waarbij met een endoscoop, een slang met aan het uiteinde een camera, je dunne darm bijna helemaal kan worden bekeken. Afhankelijk van de plek waar de arts een probleem verwacht zal de slang via de mond of je anus worden ingebracht.

Eventueel kan de arts via de endoscoop biopten (=stukjes weefsel voor onderzoek) nemen om ziekten met zekerheid vast te kunnen stellen. De ziekte van crohn, coeliakie (=glutenintolerantie), darmkanker en meckel divertikel kunnen worden vastgesteld met dit onderzoek.

Voorbereiding

Voor elk ziekenhuis is de voorbereiding van dit onderzoek anders. Over wat in jouw ziekenhuis nodig is, kun je het beste informeren bij je arts. Ook zit er verschil in of het onderzoek via de mond of anus wordt gedaan.

Soms is het nodig om met bepaalde medicijnen een paar dagen voor het onderzoek te stoppen. Welke medicijnen dit zijn, en of dit ook voor jou geldt, moet je ook bij je arts navragen.  Wel geldt voor elk ziekenhuis dat je de avond voor het onderzoek vanaf 24.00 uur nuchter moet zijn. Dit betekent niet eten, drinken of roken.

Het onderzoek zelf alt

Je krijgt een infuusnaald aangeprikt in je arm, dit om een roesje te kunnen geven. Een roesje bevat een pijnstiller en een sterk kalmerend middel. Vaak wordt hiervoor dormicum gebruikt, dit middel zorgt ervoor dat je niet slaapt, maar je kunt je na afloop van het onderzoek niets meer herinneren, zodat het lijkt alsof je hebt geslapen. Aanwijzingen die de arts geeft kun je daardoor wel opvolgen.

Als de infuusnaald op zijn plaats zit, moet je op je linkerzij op de onderzoekstafel gaan liggen en zal de arts het roesje inspuiten. Daarna brengt hij de endoscoop via de anus of mond in. Als de scoop via de mond wordt ingebracht, kan het zijn dat je kokhalsneigingen krijgt. Je hoeft je hier niet voor te schamen, de artsen en verpleegkundigen zijn het gewend.

Nadat de endoscoop in de dunne darm is gebracht, blaast de arts de ballonnetjes, die aan het einde van de scoop zitten, afwisselend op. Hierdoor kan het zich rustig een weg banen door de dunne darm en kan de arts alles goed bekijken. altSoms is het nodig dat de arts of verpleegkundige even op je buik moet drukken, dit kan vervelend zijn, maar is nodig om de scoop makkelijker door het darmkanaal te laten gaan. Ook zal er wat lucht door de endoscoop worden gespoten, dit om de darm zich beter te laten ontplooien.

Het kan zijn dat je hier een winderig gevoel van krijgt, schaam je niet om de lucht te laten ontsnappen, dit is heel normaal en als je het inhoudt, krijg je alleen meer buikpijn. Als het nodig is neemt de arts wat biopten (hapjes weefsel). Dit wordt later in het laboratorium onderzocht.

Wanneer de hele dunne darm is bekeken, zal de arts de ballonnetjes weer laten leeglopen en zal hij of zij de scoop terugtrekken. Als je al vaak in je buik bent geopereerd, kan het onderzoek moeilijk zijn doordat er verklevingen in je buik kunnen zijn. Je arts kent jouw medische geschiedenis het beste en zal bij twijfel een volledige narcose aanbieden. alt

Na het onderzoek

Na het onderzoek zul je waarschijnlijk naar de afdeling dagbehandeling worden gebracht om je roesje/narcose uit te slapen, als je goed wakker bent, krijg je meestal iets te eten en mag je daarna naar huis. Je mag die dag niet meer zelf aan het verkeer deelnemen. Het duurt een paar uur voordat het roesje uit je bloed is verdwenen, zorg dus van tevoren dat je vervoer is geregeld! In principe mag je na het onderzoek weer alles eten en drinken. Ook mag je alle medicijnen weer gebruiken, tenzij je arts iets anders heeft gezegd.

 


 Echo buik

Je arts heeft besloten om een echo onderzoek voor je buik aan te vragen. Dit noemen ze ook wel echo abdomen. Op een echo kan een arts afwijkingen in weke delen van het lichaam zien. Dit zijn spieren, pezen maar ook bijvoorbeeld weefselstructuren. Bij dit onderzoek wordt er gebruik gemaakt van ongevaarlijke geluidsgolven. Deze zorgen er voor dat er een beeld ontstaat dat op een scherm wordt weergegeven. De arts gaat met een soort microfoontje, transducer genoemd, over je buik en kijkt naar eventuele afwijkingen.

Voorbereiding

De avond voor het onderzoek moet je vanaf 24.00 uur nuchter blijven. Dit betekent dat je niet mag eten, drinken of roken. Verder is een volle blaas aan te raden voor een beter beeld. Ga daarom vanaf 2 uur voor het onderzoek niet meer naar het toilet.

Het onderzoek

Je moet je in het kleedhokje helemaal uitkleden, je sokken mag je eventueel aanhouden, daarna moet je op de onderzoekstafel plaatsnemen. De arts smeert de transducer in met gel en ook op je buik zal wat extra gel komen, dit voelt koud aan maar doet geen pijn. Daarna gaat de arts met de transducer over je buik. Eventueel zal hij het beeld even vast zetten om te bewaren en later goed te bekijken. Soms zal je worden gevraagd om je adem in te houden, volg de aanwijzingen op om het onderzoek zo goed mogelijk te laten verlopen. Af en toe zal het nodig zijn om op je linker- of rechterzij te draaien.

Op sommige plaatsen moet de arts hard drukken om goed zicht te krijgen. Dit kan lastig zijn als je buikpijn hebt, probeer rustig door te ademen en niet aan de pijn te denken. Het is nodig voor een goed onderzoeksresultaat. Als de arts alles heeft bekeken is het onderzoek klaar. De doktersassistente zal je buik schoon vegen. Daarna mag je je weer aankleden en naar huis.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je weer gewoon eten,  drinken en naar het toilet gaan tenzij er iets anders met de behandelende arts is afgesproken. 

De uitslag krijg je op de eerstvolgende afspraak.  


Gastroscopie

In opdracht van je arts zal er een gastroscopie worden uitgevoerd, dit is een kijkonderzoek van de maag, slokdarm en het eerste stuk van de dunne darm, de twaalfvingerige darm. Het onderzoek gebeurt met een flexibele slang met aan het einde een camera, hierdoor kan de arts de maag goed bekijken op eventuele afwijkingen. Ook kan hij biopten (weefsel voor microscopisch onderzoek) nemen voor verder onderzoek, een aantal ziektes kan hierdoor worden uitgesloten of bevestigd.

Voorbereiding

Het kan per ziekenhuis verschillen hoe de voorbereiding verloopt. Vraag aan je arts welke voorbereiding bij jouw eigen ziekenhuis nodig is. Over het algemeen komt het erop neer dat je de avond voor het onderzoek vanaf 24.00 uur nuchter moet zijn, dus vanaf dat tijdstip mag je niets meer eten en drinken. Als het onderzoek na 12.00 uur 's middags plaatsvindt, mag je soms nog een beschuitje en een heldere drank gebruiken. Soms is het nodig om een paar dagen voor het onderzoek te stoppen met je medicijnen, vraag dit na bij je arts.

Het onderzoek

Het is niet standaard dat bij een gastroscopie een roesje wordt aangeboden, als je heel angstig bent dan kun je er van te voren om vragen. Doe dit niet op de dag van het onderzoek, maar bij het maken van de afspraak. Er moet namelijk een tijdelijk opnamebed voor je geregeld worden om het roesje uit te slapen. Het onderzoek duurt hooguit 10 minuten dus je moet zelf de overweging maken of je wel of geen roesje wilt. Zonder roesje kun je direct naar huis. Een roesje houdt in dat je een kalmerend middel toegediend krijgt, meestal wordt hier dormicum voor gebruikt. Dit zorgt ervoor dat je wel aanwijzingen van de arts kunt opvolgen, maar je achteraf niets meer herinnert van het onderzoek. Je mag na het onderzoek niet zelfstandig aan het verkeer deelnemen, je moet dus van te voren iemand geregeld hebben om je naar huis te brengen. Je krijgt het roesje via een infuusnaald toegediend, het prikken van die naald is niet pijnloos maar je voelt slechts een kort prikje. 

In de onderzoek kamer krijg je een drankje (dit heeft geen bijzondere smaak) om het schuimen van de maag tegen te gaan. De maag reageert op een vreemd voorwerp door te gaan schuimen en daardoor kan de arts de maagwand minder goed bekijken. Je krijgt een bitje in je mond om je gebit en de scoop te beschermen als je per ongeluk bijt, soms wordt ook je keel verdoofd. Daarna moet je op je linkerzij gaan liggen. De arts schuift de scoop in je mond en er wordt je gevraagd om deze door te slikken, dit kan kokhalzen veroorzaken. Schaam je hier niet voor, de arts en verpleegkundigen zijn het gewend. Probeer rustig door te blijven ademen door je neus, dit is niet altijd even gemakkelijk omdat je neus door het kokhalzen vol kan komen te zitten. De verpleegkundige zal zoveel mogelijk proberen je speeksel weg te zuigen. De arts bekijkt de slokdarm, de maag en het eerste stukje van de dunne darm, hij kan dit op een scherm zien. Soms neemt hij via de scoop een paar biopten. Als hij alles heeft bekeken trekt hij de scoop weer terug en is het onderzoek voorbij.

Na het onderzoek

Als je een roesje hebt gehad mag je ongeveer 2 uur uitslapen op de dagbehandeling of short-stay, heb je geen roesje gehad mag je direct naar huis. Zijn er biopten genomen dan kan het zijn dat je kleine beetjes bloed opbraakt, dit is normaal. Mochten het grote hoeveelheden zijn moet je zo snel mogelijk contact opnemen met je arts of anders de eerste hulp. In principe mag je alles weer eten en drinken en ook mag je alle medicijnen weer gebruiken.

Van je arts krijg je de uitslag bij je eerstvolgende afspraak.


MRI scan buik

Een mri scan is een scan die wordt gemaakt door magnetische beelden die door radiogolven worden omgezet in beeld. MRI staat voor het Engelse begrip Magnetic Resonance Imaging. Vrij vertaald betekent dit: beelden die ontstaan zijn door magnetische geluidsgolven. Doordat met een sterk magnetisch veld wordt gewerkt is een MRI dus niet gevaarlijk. Ook zwangere vrouwen kunnen zonder gevaar voor het ongeboren kind een MRI ondergaan. Wel wordt afgeraden om onder de 3 maanden zwangerschap een MRI te laten doen als het geen spoedeisende noodzaak heeft.

Een mri scanner bestaat uit een smalle onderzoekstafel en een lange, smalle tunnel waar de onderzoekstafel doorheen schuift. Als je bang bent voor kleine ruimtes (claustrofobisch bent) kun je contact opnemen met je behandelende arts om te overleggen wat je het beste kunt doen. Er zijn enkele ziekenhuizen in Nederland die speciaal voor claustrofobische mensen een open MRI scanner hebben. Uiteraard worden deze alleen gebruikt als daar medische noodzaak voor is.

Voorbereiding

Sommige ziekenhuizen hebben als voorbereiding dat je contrastvloeistof moet drinken, andere ziekenhuizen doen dat niet. Over welke voorbereiding in jouw ziekenhuis van toepassing is krijg je bij het maken van de afspraak een informatiefolder uitgereikt. Soms kan het nodig zijn om met bepaalde medicijnen te stoppen. Welke medicijnen dit zijn en of je hier echt mee moet stoppen hoor je van je arts, deze kan het beste beoordelen wat voor jou van toepassing is.

Je kunt tijdens het onderzoek niet naar de wc. Als je geen contrastvloeistof hebt hoeven drinken, kun je van te voren nog naar het toilet, anders moet je het ophouden tot na het onderzoek. Omdat een mri-scan eigenlijk een heel sterke magneet is mag er geen enkel voorwerp naar binnen dat van metaal is, houdt daar dus rekening mee in je kledingkeuze. Ook piercings en sieraden moeten af. Tevens is het niet raadzaam om pinpassen en creditcards mee de ruimte van de mri-scanner in te nemen, deze kunnen onbruikbaar worden door het magnetische veld. 

Het onderzoek zelf

Nadat je alle metalen voorwerpen hebt afgedaan en je kleding met metaal erin verwerkt hebt uitgedaan moet je op de onderzoekstafel plaatsnemen. Dan wordt ook eventueel de contrastvloeistof toegediend om bloedvaten en bepaalde organen goed zichtbaar te maken. Deze wordt via een infuusnaald, die aangesloten is op een pomp, toegediend. Het prikken van de infuusnaald voel je even maar je merkt er later weinig van. Als de infuusnaald is geprikt moet je op je buik op de onderzoekstafel gaan liggen met je armen boven je hoofd. Er wordt een spoel om je buik heen gewikkeld om de magnetische straling goed te geleiden. Daarna word je de mri ingeschoven en wordt je infuus aan een pomp met infuusvloeistof gekoppeld.

Omdat de MRI flink veel lawaai maakt, krijg je een koptelefoon op. Eventueel kun je voor het onderzoek een cd afgeven met je favoriete muziek. Ook kan de radiologisch laborant de radio aanzetten, dit kan afleiding geven. Als alles is voorbereid krijg je een belletje in je hand om in geval van nood de radiologisch laborant te roepen, deze blijft namelijk niet in dezelfde ruimte als jij. Verder kun je contact met hem/haar maken via de intercom. Ook zul je een drukknop in je hand krijgen. Deze drukknop kun je indrukken als je je niet lekker gaat voelen tijdens de scan. Tijdens het onderzoek moet je zo stil mogelijk blijven liggen. De onderzoekstafel wordt heen en weer worden geschoven en de magneet zal hard om je heen draaien. Dit kun je horen aan een luid gebonk om je heen. Soms zal er worden gevraagd je adem in te houden en weer uit te ademen. Volg deze aanwijzingen op om een zo goed mogelijk onderzoeksresultaat te krijgen. Na 40 tot 60 minuten is het onderzoek voorbij.

Na het onderzoek

Als het onderzoek is afgelopen wordt de spoel om je buik verwijderd en het infuus eruit gehaald, daarna mag je naar het toilet. In principe mag je na het onderzoek weer gewoon alles eten en drinken.

Op de eerstvolgende afspraak met je arts zal hij het resultaat van het onderzoek met je bespreken.


 Markertjes onderzoek

Om de beweeglijkheid van de dikke darm te onderzoeken, kun je een markeronderzoek laten doen. Bij dit onderzoek slik je een aantal dagen pillen met daarin markers, dit zijn een soort ringetjes die goed zichtbaar zijn met röntgenstraling. Hoe het onderzoek wordt uitgevoerd verschilt erg, we zullen daarom meerdere methodes als voorbeeld noemen.

Voorbereiding

Een paar dagen voordat je met het onderzoek begint, moet je wat extra voedingsvezels eten, deze zitten onder andere in bruin brood en rijst. Verder zou het kunnen dat je tijdelijk moet stoppen met medicijnen die de beweeglijkheid van de darmen bevorderen. Het is ook mogelijk dat je geen laxeermiddelen mag gebruiken vlak voor het onderzoek. Welke medicijnen dit zijn en of het ook voor jou van toepassing is, moet je overleggen met je arts. Verdere voorbereidingen zijn niet nodig.

Het onderzoek zelf

Methode 1,

Bij deze methode verschilt het aantal dagen dat je de capsules neemt, het kunnen 7 of 10 dagen zijn. Op de afgesproken dag kom je naar het ziekenhuis en ontvangt het vooraf bepaalde aantal capsules. Je gaat dan naar huis en neemt de volgende dag op 1 capsule, je mag de rest van de dag eten en drinken zoals je gewend bent. Je gaat nu een week of 10 dagen lang elke dag een capsule nemen op een vastgestelde tijd (bv elke dag om 10.00 uur) je houdt het normale eetpatroon zo veel mogelijk aan. Gedurende deze tijd mag je de eigen medicatie gewoon door blijven gebruiken. De dag nadat je de laatste pil hebt genomen, laat je een röntgenfoto maken. Hierna is het onderzoek eigenlijk al klaar. De radioloog kan aan de hand van de positie van de markers een berekening maken van de bewegingssnelheid van de dikke darm.

Methode 2,

Je komt op de afgesproken tijd naar het ziekenhuis en krijgt daar 2 capsules te slikken, in elke capsule zitten 8 ringetjes, de zogenaamde markers. Vervolgens neem je plaats in de wachtkamer of gaat een stukje wandelen. Je moet je na een half uur weer melden waarna de eerste foto wordt gemaakt. Men beoordeelt hoe ver de capsules al zijn gezakt en wat hun ligging is, hierna ga je terug naar de wachtkamer. Een uur na het slikken van de markers wordt er opnieuw een foto gemaakt om de ligging van de markers te bepalen. Hierna is het onderzoek voor die dag klaar.

Je mag nu naar huis maar zult voor de komende 3 à 4 dagen afspraken mee krijgen. Je moet je daarna elke dag op het zelfde tijdstip in het ziekenhuis melden voor vervolg foto's. Net zo lang tot òf de markertjes weg zijn (uit gepoept) òf tot men het proces voldoende in beeld heeft gekregen.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je alle medicijnen weer gebruiken die je ervoor ook al nam. Van dit onderzoek zul je verder geen klachten hebben.

 


 Radiografische doorlichting

Onderzoeken waarbij gebruik gemaakt wordt van doorlichting (röntgen), worden alleen gedaan op afspraak. Wanneer je een afspraak maakt, krijg je een folder mee met daarin beschreven hoe het onderzoek verloopt en welke voorbereidingen je moet treffen. Hieronder wordt een en ander beknopt omschreven. Op het afgesproken tijdstip meldt je je aan de balie van de afdeling radiologie.

 

Belangrijk

Indien je zwanger bent of denkt dit te zijn, dien je dit vóór het onderzoek te melden.

 

Verloop van het onderzoek

Je wordt opgehaald door een radiodiagnostisch laborant(e). Hij/zij legt het onderzoek aan je uit. Tijdens het onderzoek kom je te staan of te liggen op de onderzoekstafel. Tijdens het onderzoek mag er niemand in de kamer aanwezig zijn. Wanneer er tijdens het maken van het onderzoek iemand in de kamer moet blijven om de patiënt bij te staan, moet deze persoon een loodschort aan. Mocht de begeleider zwanger zijn of denken dit te zijn, dan mag zij niet in de kamer blijven staan.

De uitslag

Van de resultaten van het onderzoek maakt de radioloog een verslag. Dit wordt opgestuurd naar de arts die het onderzoek aangevraagd heeft. Dit duurt in het algemeen 2 werkdagen.

 

Wat wordt er zichtbaar gemaakt met doorlichting

BloedvatenBij doorlichting wordt er gebruik gemaakt van röntgenstralen. Naast het maken van een stilstaande foto, kun je ook bewegende röntgenbeelden zien. Bij dit soort onderzoeken wordt er vaak gebruik gemaakt van een contrastmiddel. Dit contrastmiddel zorgt ervoor dat delen van het lichaam die je normaal niet ziet op een foto, zichtbaar worden gemaakt, bijvoorbeeld darmen en bloedvaten. Wordt het contrast toegediend via de bloedvaten, de urinebuis of in bijvoorbeeld een gewricht, dan wordt er gebruik gemaakt van jodiumhoudend contrast. In het verleden werd voor dit onderzoek ook wel gebruik gemaakt van oraal toegediende bariumpap, dit wordt echter niet meer altijd gedaan omdat dit nogal indikt en het dan lastig kan zijn om weer kwijt te raken. 

Wat kun je als patient verwachten van dit onderzoek

Wanneer er voor een bepaald onderzoek een voorbereiding nodig is, kun je deze terugvinden in de betreffende folder welke je voor het onderzoek hebt gekregen. Na het onderzoek kun je alle normale bezigheden hervatten.

 

(Bron: Lievensbergziekenhuis)

 


 Rectale barostat

Met een barostat onderzoek kan de arts meten hoe gevoelig en rekbaar de endeldarm is, hiermee kan men meten of je last hebt van een prikkelbare darm. Bij een prikkelbare darm zijn je darmen overgevoelig voor oprekking, hierdoor kun je buikpijnklachten hebben en ook kun je wisselend diarree en verstopping krijgen. Het onderzoek wordt ook verricht bij ernstige obstpatie en bekkenbodem problemen.Bij het onderzoek krijg je een slang in de anus met een ballon eraan, deze ballon wordt afwisselend vol geblazen en leeg gezogen met verschillende hoeveelheden lucht. Je kunt aangeven hoeveel pijn het doet en hoe ongemakkelijk het voelt.

Voorbereiding

Enkele dagen voor het onderzoek moet je stoppen met medicijnen die het maag-darmstelsel beïnvloeden. Welke medicijnen dit zijn en of jij er ook mee moet stoppen, overleg je met je arts. De dag van het onderzoek moet je nuchter zijn, dit betekent dat je na 19.00 uur niets meer mag eten, na 22.00 uur mag je niet meer drinken en roken. Als het onderzoek 's middags plaats vindt mag je nog een licht ontbijt (2 beschuiten en een kopje thee) gebruiken. Een uur voor het onderzoek krijg je een klysma ingespoten, dit kan water zijn met een medicijn dat rectaal (=via de anus) wordt gegeven. Hiervan krijg je ontlasting en wordt de darm zo leeg mogelijk voor het onderzoek.

Het onderzoek zelf

Je moet je onderlichaam ontbloten en op je rechterzij op de onderzoekstafel plaatsnemen,het bed word in een trendelenburgstand gezet (het hoofd lager dan de benen) waardoor de druk van de buik inhoud op het rectum verminderd. Je moet nu je knieën optrekken om het inbrengen van de slang zo gemakkelijk mogelijk te maken. Het inbrengen van de slang kan vervelend zijn, soms helpt het om een beetje mee te persen, het inbrengen gaat dan makkelijker. Als de slang geplaatst is wordt je verzocht op je rug te gaan liggen, en wordt de slang aangesloten op de barostat. De onderzoeker gaat nu eerst controleren of hij goed zit en of de ballon zich goed kan ontplooien. Dit wordt gedaan door wat lucht in de ballon te laten, het geeft een ongemakkelijk gevoel en kan pijn doen maar is wel nodig voor een goed verloop van het onderzoek. Als alles goed zit begint het daadwerkelijke onderzoek.

Via de computer zal steeds een hoeveelheid lucht in het ballonnetje worden geblazen, de lucht zal er even in blijven en daarna loopt het ballonnetje weer leeg. De onderzoeker heeft er geen invloed op hoeveel er in of uit de ballon loopt, dit gaat geheel computergestuurd. Als de ballon is leeggelopen moet je op een scorekaart de pijn score invullen en in hoeverre het een ongemakkelijk gevoel geeft. De score verloopt van 0 tot 10 waarbij 0 geen pijn/ongemak is en 10 de meeste pijn/ongemak die je ooit hebt gehad.

Dit opblazen, leeglopen en scoren gaat net zo lang door tot het maximale ballon volume is bereikt of dat je zelf aangeeft dat de pijn niet meer te doen is. Schaam je hier niet voor, hiervoor is het onderzoek bedoeld. Als je geen pijn aangeeft terwijl het toch pijn doet, zal de arts ook geen diagnose kunnen stellen. De duur van het onderzoek is afhankelijk van hoeveel de patiënt kan verdragen, maximaal duurt het 3 uur.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je gewoon weer eten en drinken, verder zullen er na het onderzoek geen klachten optreden. Je arts zal je op de eerstvolgende afspraak de uitslag geven en eventueel een behandelplan opstellen.


Röntgenonderzoek dunne darm

Het röntgenonderzoek van de dunne darm is bedoeld om een goed beeld te krijgen van de dunne darm. Eventuele afwijkingen van de dunne darm worden hierdoor zichtbaar gemaakt. Het onderzoek wordt gedaan met behulp van röntgenstraling en met bariumpap. Afhankelijk van het ziekenhuis zijn er 2 methodes waarop dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Welke methode voor jou van toepassing is, is de keuze van het ziekenhuis. Voor beide onderzoeken gelden wel dezelfde voorbereiding en ook het verloop na het onderzoek is hetzelfde.

Voorbereiding

Omdat de dunne darm voor het onderzoek goed vrij moet zijn van ontlasting, zul je de dag voor het onderzoek een bepaald dieet moeten volgen. Belangrijk is om je goed aan dit dieet te houden, om zo het onderzoeksresultaat zo optimaal mogelijk te laten zijn. Dit dieet is afhankelijk van het ziekenhuis, lees dus de informatie die je hebt meegekregen goed door. Vaak wordt er als laxeermiddel magnesiumsulfaat gebruikt. Dit werkt heel sterk laxerend, blijf dus de dag voor het onderzoek in de buurt van het toilet. Als je ziekenhuis nutridrink als dieet voorschrijft, kun je deze per 4 flesjes bij de apotheek halen. Alle ziekenhuizen houden wel aan dat je vanaf 24.00 uur de dag voor het onderzoek nuchter moet zijn. Dit betekent dat je helemaal niets meer mag eten, drinken en ook niet mag roken. Soms is het nodig om tijdelijk met bepaalde medicijnen te stoppen, welke medicijnen dit zijn en of je ze ook echt moet stoppen, doe je in overleg met je arts. Houdt er met je kleding rekening mee dat er geen metaal mee op de foto mag, dit geeft namelijk een vertekend beeld. Ook piercings en sieraden moeten af.

Methode 1, bariumpap drinken

Voordat je de onderzoeksruimte binnen gaat krijg je een aantal bekers bariumpap te drinken. Bariumpap wordt gebruikt als contrastmiddel, het heeft geen bijzondere smaak. Na een wisselende wachttijd in de kleedruimte, zal de eerste serie foto's gemaakt worden terwijl de onderzoekstafel verticaal staat. Daarna wordt de tafel verticaal gedraaid en zullen er nog een paar foto's gemaakt worden. In deze eerste serie zullen vooral je maag en het begin van de dunne darm worden gefotografeerd omdat de bariumpap waarschijnlijk niet verder is gekomen dan daar. Na deze eerste serie mag je weer in de kleedruimte plaatsnemen en zul je een half uur later weer naar binnen worden geroepen voor de volgende serie foto's. Soms zal er met een grote lepel, die op het röntgenapparaat zit, op je buik worden gedrukt om de bariumpap sneller te laten gaan. Deze cyclus wordt herhaald tot de hele dunne darm zich met bariumpap heeft gevuld. Dit kan, afhankelijk van de snelheid van de maag en dunne darm, wel 3 uur in beslag nemen. Als de hele darm gevuld is, is het onderzoek afgelopen en mag je weer naar huis of, als je opgenomen bent, terug naar de afdeling.

Methode 2, de Sellink methode, enteroclyse

Nadat je alle sieraden, piercings en kleding met metaal hebt uitgedaan moet je op de onderzoekstafel in de onderzoeksruimte gaan zitten. Daar zal een arts via je neus of mond een sonde inbrengen. Een sonde is een dun slangetje dat meestal gebruikt wordt om te voeden of overtollig maagsap af te voeren, het inbrengen van de sonde kan heel vervelend zijn. Soms zal de arts je neus of keel van tevoren verdoven met een spray, dit zal het in brengen vergemakkelijken. Als de sonde bij je keel komt, kun je kokhals neigingen krijgen, dit is heel normaal en daar hoef je jezelf absoluut niet voor te schamen, de arts is het gewend. Als de sonde in de maag is gekomen mag je gaan liggen en gaat de radioloog proberen de sonde verder te duwen richting de dunne darm. In principe zul je nu minder last hebben van de sonde.

Via een röntgenbeeld controleert de arts of de sonde op zijn plaats zit. Als de sonde eenmaal op zijn plaats zit, wordt deze aangesloten op een pomp die bariumpap via de sonde naar binnen pompt, hiervan zul je weinig tot niets merken. Terwijl de bariumpap naar binnen wordt gepompt maakt de röntgenlaborant een aantal foto's terwijl de tafel af en toe gekanteld wordt. De bedoeling is dat je zo stil mogelijk blijft liggen. Soms is het nodig om met een lepel, die op het röntgenapparaat zit, op je buik te drukken om de bariumpap sneller te laten gaan, dit kan gevoelig zijn maar is snel voorbij. De röntgenlaborant blijft net zo lang foto's maken tot de hele dunne darm is gevuld met bariumpap. Als de hele darm is gevuld, is het onderzoek afgelopen. Omdat bij deze methode van onderzoek niet gewacht hoeft te worden tot de bariumpap door de maag is, is deze methode sneller, meestal is het binnen een half tot anderhalf uur klaar.

Na het onderzoek

In principe mag je na het onderzoek weer alles eten en drinken, ook mag je alle medicijnen die je gebruikt weer nemen. Bariumpap kan diarree veroorzaken, houdt hier rekening mee. Ook is je ontlasting een paar dagen wit gekleurd, dit is normaal en gaat vanzelf weer over. Houdt er wel rekening mee dat, als je dikke darm langzaam of bijna niet meer werkt, de bariumpap juist kan gaan indikken in de darm. Je krijgt dan een ernstige verstopping! Als je van jezelf weet dat de ontlasting in je dikke darm stagneert, begin dan gelijk bij thuiskomst met laxeren om te voorkomen dat je ontlasting steenvorming gaat geven! Blijf hier mee doorgaan tot de ontlasting die komt geen witte sporen van barium meer vertoond. 


Tonometrie

Een inspannings-tonometrie meet de hoeveelheid bloed toevoer en de werking van de maag en dunne darm tijdens inspanning. Vaak wordt aansluitend aan de inspannings-tonometrie, de 24-uurs tonometrie gedaan. Daarom zullen we hier de onderzoeken onder elkaar zetten.

Inspannings tonometrie

Tijdens een fiets test wordt, door middel van 2 slangetjes door je neus, het koolzuurgehalte gemeten in je maag, dunne darm en het bloed. Op deze manier kan worden gekeken of je klachten worden veroorzaakt door onvoldoende doorbloeding in dat gebied. Voor, tijdens en na het onderzoek zullen de waarden van het koolzuur worden geregistreerd.

Voorbereiding

De avond voor het onderzoek moet je vanaf 24.00 uur nuchter zijn, dit betekent dat je niets mag eten of drinken. Soms is het nodig om met bepaalde medicijnen te stoppen voor het onderzoek, welke dit zijn en of dit voor jou geldt hoor je van je behandelende arts. Verder is het goed om lekker zittende kleding aan te trekken omdat je een lichamelijke inspanning moet leveren. Als aansluitend daaraan de 24-uurs tonometrie wordt gedaan, moet je ook alles meenemen voor de nacht, je persoonlijke verzorging en iets om de tijd mee te vullen.

Het onderzoek zelf

Je krijgt op de röntgenafdeling twee slangetjes door je neus geschoven. Deze worden onder röntgen doorlichting doorgeschoven naar de dunne darm, dit kan vervelend aanvoelen. Soms kan het gebeuren dat je moet kokhalzen, schaam je hier niet voor, het is heel normaal en de arts en verpleegkundigen zijn het gewend. Soms wordt je neus van te voren verdoofd met een spray, dit maakt het inbrengen makkelijker. Zorg ervoor dat je tijdens het inspuiten van de spray niet in ademt omdat dit wat problemen kan opleveren met je ademhaling!

Als de slangetjes op hun plaats zitten, krijg je nog een infuusnaald ingebracht. Hierdoor krijg je, om de betrouwbaarheid van het onderzoek te vergroten, een maagzuurremmend middel gespoten. Ten behoeve van het onderzoek krijg je voor, tijdens en na de inspanning een vingerprik, hiermee kan het koolzuur gehalte gemeten worden. Tijdens dit prikken zit je op een comfortabele stoel. Na de eerste vingerprik krijg je plakkers op je borst geplakt die je hartslag meten tijdens de inspanning en moet je plaatsnemen op een speciale home trainer. Op deze fiets moet je 10 minuten hard fietsen, daarna mag je weer plaatsnemen op de comfortabele stoel en wordt je koolzuurgehalte gedurende 20 minuten gemeten. Hierna is de inspannings tonometrie klaar.

24-uurs tonometrie

Hierbij ga je naar de verpleegafdeling waar de slangetjes aangesloten worden op meetapparatuur. De 24-uurs tonometrie meet de koolzuurgas waarde in het bloed tijdens het eten, drinken en rusten. Op de afdeling worden de slangetjes uit je neus aangesloten op de meetapparatuur en daarna blijf je 24 uur op deze afdeling. Elke keer als je iets eet, drinkt of rust moet je dit bijhouden in een dagboek. De tijden die je opschrijft moeten gelijk zijn aan de tijden die op de meetapparatuur staan vermeld. Dit maakt het voor de arts makkelijker om de tijden te vergelijken. Na 24 uur worden de slangetjes uit je neus verwijderd en de meetapparatuur gestopt, daarna mag je naar huis.

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag je weer gewoon eten en drinken en ook mag je alle medicijnen weer gebruiken. De uitslag krijg je te horen tijdens de eerstvolgende afspraak met je arts.

Copyright © 2022 Maagdarmstoornis . Alle rechten voorbehouden.